De Here Jezus maakte van water wijn..

..en Shlomo toen hij wat ouder werd deed water bij de wijn.

In 1993 kwam ik tot geloof, eigenlijk al veel eerder, en twee jaar later kwam ik in een samenkomst mét de Bijbel. Destijds werd me op het hart gedrukt de Bijbel te kennen en ik ben het Woord dan ook gaan bestuderen, sterker, ik heb ‘m in een bepaalde tijd zelfs “GEVRETEN”, omdat ik Efeze 6 hard van node had staande te blijven.

In 2000 stierf een broeder, een broeder die eveneens als ik radicaal was en het niet toeliet dat zuurdesem vat kreeg. Zijn overwicht was groter als die van mij, ongeacht ik op menig mens behoorlijk veel indruk maak met mijn lengte van boven de twee meter en nou niet bepaald een stopnaald gelijk.

Daar zat de wortel, en die wortel die gelijk als de bitterwortel had moeten worden uitgedelgd, kreeg de kans om te groeien in een gemeente vol met Shlomo’s.

Is het een wonder dat er zoveel kerkverlating is?

Geëxcommuniceerd – achteraf bekeken.

Krek, ik ben geëxcommuniceerd door de samenkomst waar of ik kwam en de Bijbelstudies waar of ik kwam. Ik word nu door de meeste van hun met de nek aangekeken. Wat er is rondgegaan weet ik niet, en het zal me eigenlijk een zorg zijn. In al die jaren dat ik de ‘kerk’ deelachtig ben geweest heb ik desondanks een boel geleerd over hetgeen er in de Bijbel staat en voornamelijk wat er tussen de regels staat, maar bovenal dat ik mijn Vader heb leren kennen Die het hart aanziet en niet luistert wat anderen over je praten.

In het begin ben ik heel boos geweest maar nu ik in rustiger vaarwater terecht kom heb ik inmiddels al een heleboel geleerd, zoals totaal geen vertrouwen in mensen leggen want geen één is te vertrouwen, of zoals ik een predikant hoorde zeggen, een vriend is vaak niets meer dan een profiteur, zelden zijn er mensen echt met je begaan. Wel de lusten maar niet de lasten.

Ik ben radicaal en eerlijk, althans dat probeer ik zoveel als mogelijk te zijn. Ik heb een hekel aan leugen en daarom heb ik ook geen contact meer met mijn familie waar ik achteraf niet rouwig om ben, ze moeten niks van mijn Vader hebben en in gezelschap is het ze lust om vooral maar veel te spotten als het zo uitkomt. Die mensen ben ik liever kwijt dan rijk, ongeacht het familie is of niet. Ik heb ze niet kunnen uitkiezen evenmin ik er om gevraagd heb om geboren te worden, en vooral in zo’n kromme verdraaide familie. Gelukkig ben ik opnieuw geboren en dat is toch een hele opluchting en ik hoef me daarom ook helemaal niet schuldig tegenover hen te voelen, want we staan nu kilometers van elkaar verwijderd, of anders gezegd: “Ik ben levend gemaakt en zij zijn nog steeds dood en ik verwacht niet dat daar ooit kentering in komt, of het zou door de Grote Verdrukking moeten komen want dan zie ik ze wel weer terug in het 1000-jarig vrederijk.

In de kring was het alsof je in een glazen huisje woonde. Onherroepelijk zodra ik maar iets schreef uit mijn vleselijk verleden dan werd ik op mijn vingers getikt dat ik nieuw leven heb aangedaan. Mijn religieuze moeder gelooft dat wanneer ze de hemel betreedt dat haar memory is uitgewist, als dat werkelijk zo zou zijn, waar maken we ons dan druk om?
Maar het is juist dat je, wanneer je daar bent, terdege je leven kent, niet alleen het nieuwe maar ook het oude ongeacht God er mee rekent of niet.

Vanaf en voordat je tot geloof kwam is zó belangrijk omdat je Hem dan temeer mag danken dat Hij je uit die shit heeft getrokken, wat bij mij terdege een kwestie was. Ik heb mij veelvuldig van het leven trachten te beroven maar iedere keer heeft Hij het op een bijzondere manier weten te verijdelen. Ja, zelfs toen ik een wedergeboren mens was heb ik zelfs meermalen uit het leven willen stappen en denk er nog steeds aan.

Ik begin nu pas zeer goed te beseffen in een ander soort Sanhedrin te hebben begeven, waar tóch de ander besliste wat of jouw doen en laten was. Alles werd de grond ingeboord, zelfs van hen waarvan ik meende dat ze het goed voor me hadden. Het is niet het idee maar werkelijk het bewustzijn dat ik mezelf als het ware verloren ben door het onophoudelijk bekritiseren wat of je doet met je leven.

Voorheen had ik al veel moeite met de kwestie op dat grote strand aan de Schelfzee te staan. Wat heb je voor de boeg, ja dat water wordt gekliefd en je hebt ook een behouden toekomst en ongeacht ik dagelijks met het Woord bezig ben, voel ik mij beroofd van mijn eigen ik, vandaar dat de lust me het leven te benemen sterker is dan te leven. Want laten we wel zijn, de club waar of ik vroeger kwam en nu ben uitgesloten, is feitelijk al een dood gaan. De kennis die je van het Woord hebt opgedaan en van daaruit te spreken kun je alleen met die mensen delen… hoewel, en dat is een lichtpuntje dat ik laatst iemand van mijn woningbouwvereniging sprak die die kennis eender had. Want zeg nou zelf.. is een gesprek tussen een lijk en een levende nou zo opwekkend? Het is meestal oppervlakkig en feitelijk wordt er niks gezegd, een muur is interessanter. Of die luistert of niet, je komt het niet te weten, maar ze vallen je niet in de reden met een compleet ander onderwerp wat niets van doen heeft waarvan je praat.

Ik zing ongetwijfeld mijn tijd wel uit, maar ik kan met de apostel Paulus zeggen dat het hier een gevangenis is, en oh Mijn God wat zal ik ontzettend blij zijn uit het vlees te worden verlost!

WEDERGEBOORTE – De weg er naar toe (2)

De oorsprong van de zonde

De grote fout zit volgens de Bijbel blijkbaar niet in het menselijk gedrag, of in de wet Gods, maar in de menselijke natuur. Om voor eeuwig gered te kunnen worden is het dus noodzakelijk, dat hij op één of andere wijze van die vleselijke natuur verlost wordt. De vraag naar de verlossing van de oude mens roept echter eveneens de vraag op waar die oude natuur haar oorsprong heeft gevonden.

Wij hebben reeds gezien, dat de menselijke natuur in de Bijbel “vlees” wordt genoemd. In Zijn gesprek met Nicodemus over wedergeboorte, zegt de Heer, dat vlees uit het vlees geboren wordt (Joh. 3: 6) Vlees wordt voortgebracht (gennao) door het vlees. Onze oude natuur hebben wij dus geërfd van onze ouders, die op hun beurt weer erfelijk belast waren door hun ouders enz… . Deze lijn voert ons zo terug tot de gemeenschappelijke stamvader van alle mensen, Adam; want God “heeft uit één bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt” (Hand. 17: 26) Via onze geboorte hebben wij onze vleselijke natuur dus uiteindelijk geërfd van Adam. “Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben” (Rom. 5: 12) Deze éne mens, de verwekker van de gehele mensheid, was degene, die de zonde in de wereld introduceerde, en daarmee ook de gevolgen van de zonde: de dood. “Want de bezoldiging der zonde is de dood” (Rom. 6 : 23) Dit feit, dat alle mensen zondaren zijn door hun afstamming van Adam, vinden wij in Rom. 5: 12 t/m 21 vele malen bevestigd:

…. indien, door de misdaad van één, velen gestorven zijn…

…. gelijk de schuld was door den één, die gezondigd heeft…

…. de schuld is wel door één misdaad tot verdoemenis…

 …. want indien door de misdaad van één de dood geheerst heeft door dien énen…

.… gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis…..

…. gelijk door de ongehoorzaamheid van dien énen mens velen (allen, behalve de Heere

Jezus!) tot zondaars gesteld zijn geworden…… 

Het leven van de mensheid, de vele miljoenen, die van Adam afstammen, werd dus reeds bij de bron aangetast en besmette elk individu al voordat hij geboren werd. Vandaar dat die mensheid omschreven wordt met de uitdrukking: “kinderen der ongehoorzaamheid” (Ef. 2: 2) Wij zijn dus erfelijk belast met de zonde, om de eenvoudige reden, dat wij “in Adam” waren, toen hij door één misdaad een zondaar werd: “In welken (Adam) allen gezondigd hebben” (Rom. 5: 12)

De gedachte, dat iemand een aandeel heeft in een daad die één van zijn voorouders beging, zal ons misschien verbazen. Toch vinden wij dit principe met nadruk in de Bijbel bevestigd. In Hebreeën 7 wordt geleerd, dat Levi “tienden” gegeven heeft aan Melchizedek, terwijl volgens de geschiedenis zijn overgrootvader Abraham de man was, die zoveel eer bewees aan de priester en koning van Salem. Volgens de Bijbel echter gaf ook Levi zijn tienden “want hij was nog in de lenden des vaders, als hem Melchizedek tegemoet ging” (vs. 9 en 10) Op diezelfde wijze hadden wij deel aan de misdaad van Adam, omdat wij nog in zijn lenden waren, toen hij zondigde. Vandaar:”In wien allen gezondigd hebben”.

Wat deze schriftplaatsen ons leren, wordt over het algemeen maar weinig begrepen. Veelal denkt men, dat men een zondaar is, omdat men zonden doet. Natuurlijk is het waar, dat iemand, die zondigt, vanaf dat moment een zondaar is. Maar onze eerste zonde begingen wij niet in onze kinderjaren, maar toen wij nog in Adam waren! Het gevolg hiervan is, dat wij als zondaar werden geboren!

Vereenvoudigd komt het er op neer, dat de regel, dat iemand een zondaar wordt zodra hij zondigt, alleen van toepassing is geweest op onze gemeenschappelijke stamvader Adam. Hij was van nature geen zondaar, maar hij werd het doordat hij uit vrije wil zondigde. Bij al zijn afstammelingen ligt de zaak feitelijk precies andersom. Door hun afkomst zijn zij zondaren, en daarom zondigen zij! Zij hebben wat dat betreft feitelijk geen vrije keuze, want zij kunnen niet anders dan zondigen.

Wat ons tot zondaren maakt, zijn niet onze persoonlijke zonden; die zijn gevolg, geen oorzaak; maar onze Adamietische afkomst. Ons slechte gedrag maakt ons geen kinderen van Adam, en ons goede gedrag, zo daar al sprake van zou kunnen zijn, maakt ons geen kinderen van God! Een mens zondigt dus omdat hij een zondaar is, en beslist niet andersom.

France slams anti-Semitic violence spilling over at pro-Gaza rallies

“It is unacceptable to target synagogues or shops simply because they are managed by Jews,” Interior Minister Bernard Cazeneuve told reporters.

France’s interior minister promised on Monday to crack down on anti-Semitism after violence marred pro-Palestinian rallies in and around Paris to protest Israel’s role in the latest round of fighting in Gaza. Read more

  • Two Israeli soldiers killed in Gaza, military death toll rises to 27
  • Hamas to do list: Hide weapons in schools ✓. Use civilians as human shields ✓.Strap animals with explosives ✓.

  • Hamas has fired more than 2,040 rockets at Israel in the past two weeks. That’s more than 145 rockets a day.
  • Golani Brigade Commander: “Our Nation is Behind Us”

  • Live updates: U.S. sending $47 million in humanitarian aid to Gaza
  • IDF: Since starting our ground operation in Gaza, we have struck 1,388 terror sites and killed 183 terrorists.
  • Moments ago, the Iron Dome intercepted 7 rockets above Ashdod

Die terrorist die dat gezegd heeft moet Left behind hebben gezien.

WEDERGEBOORTE – De weg er naar toe (1)

Wedergeboorte als noodzaak

Wanneer de Heiland met Nicodemus spreekt over wedergeboorte, zegt Hij, dat die noodzakelijk is om het Koninkrijk Gods binnen te gaan. “Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3: 3) Nadat Nicodemus, de leraar van Israël, blijk heeft gegeven van zijn onkunde betreffende dit onderwerp, licht de Heere Jezus dit nader toe en zegt: “Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan het Koninkrijk Gods niet ingaan“(vs. 5) Het Koninkrijk Gods is dus niet toegankelijk voor iemand, die slechts éénmaal geboren is. Ieder mens wordt van nature slechts eenmaal geboren, en is dus absoluut niet in staat dat koninkrijk binnen te gaan. Ieder menselijk streven om verzoend te worden met God is daardoor tot mislukking gedoemd! Alle menselijke pogingen, hoe vroom en religieus ook, om dat koninkrijk te beërven of zelfs te vestigen, zijn volgens de woorden van de Heiland ijdel. Er is maar één manier om dit te bereiken: men moet wedergeboren worden! Hoe men dit ook opvat, het wedergeboren worden is niet iets, dat men zelf teweeg kan brengen. Net zo min als men de hand heeft gehad in zijn eerste, natuurlijke geboorte, kan iemand zijn wedergeboorte bewerkstelligen. Natuurlijk is wedergeboorte een activiteit, maar niet van degene, die geboren wordt, maar van Hem, Die voortbrengt. De natuur die wij door onze geboorte ontvingen, is niet in staat om dat Koninkrijk Gods binnen te gaan, maar ook niet in staat om zichzelf zodanig te veranderen of te verbeteren, dat hij alsnog geschikt wordt voor dat doel. De Bijbel is zeer expliciet, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen” (1 Kor. 15 : 50) Ieder, die slechts éénmaal geboren is, is vlees en bloed. Er wordt in deze Schriftplaatsen niet gesproken over de levenswandel van de mens, of over zijn verdiensten, maar over wie en wat hij van nature door zijn geboorte is. Doorslaggevend is hier niet hoe hij is; niet zijn daden, maar zijn wezen maken iemand al of niet geschikt voor dat koninkrijk. Tekenend is het, dat juist diegenen, die sterk de nadruk leggen op het praktiseren van wettische en religieuze leefregels, zich maar al te goed bewust zijn, dat al deze goede werken hen niet verzoenen met God, en dat zij ondanks al die werken vlees en bloed en dus zondaren blijven, die in feite geen recht op een andere toekomst kunnen laten gelden, dan de eeuwige verdoemenis, buiten de gemeenschap met God. “Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem” (Rom. 3:20) want “Vervloekt is een ieder, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen” (Gal. 3 : 10)

Hoe goed wij ook ons best doen ons zelf te verbeteren door het naleven van een bepaald gedragspatroon, wij blijven vlees en bloed, en “die in het vlees zijn kunnen Gode niet behagen” (Rom. 8: 8) Wij zouden er beter aan doen ons te bekommeren om onze zaligheid, in plaats van ons bezig te houden met allerlei wettische inzettingen, “welke wel hebben een schijnrede van wijsheid in eigenwillige godsdienst, en nederigheid en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees” (Kol. 2 : 23) Het volbrengen van bepaalde leefregels mag dan de mens zelf misschien tot tevredenheid stemmen, hoewel ik betwijfel of dit ooit het geval is; de praktijk is meestal tegenovergesteld; voor onze zaligheid heeft het niet de minste betekenis! Een wettisch leven is “tot verzadiging van het vlees” en “het bedenken des vleses is vijandschap tegen God; want het (vlees) onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet” (Rom. 8: 5”8) “Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem” (Rom 3: 20; Gal. 2 : 16)

De tekortkoming schuilt echter niet in de wet, maar in de aard van de mens, die onder de wet gesteld werd! “Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig en goed… Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde” (Rom. 7: 12, 14) De wet zegt: Doe dit, en gij zult leven. Maar deze opdracht is gericht tot mensen, die slechts eenmaal geboren zijn, en dus niet in staat zijn om “dit te doen”. “Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. Want het goede, dat ik wil, dat doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik” (Rom. 7: 18,19) Dat is niet alleen een bekentenis van Paulus, die vóór zijn bekering zovele jaren onder de wet geleefd had; het is ook de verkorte biografie van ieder mens. Sterker nog: Het is een natuurwet, een ijzeren regel, waaraan de gehele oude natuur, zoals ook wij die bij onze geboorte ontvingen, onderworpen is. “Zo vind ik dan deze wet in mij: Als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bij ligt.” Ieder, die zich onder een wet stelt, zal, als hij eerlijk is, de juistheid van deze wet moeten bevestigen, en met Paulus zeggen: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods” (Rom. 7: 24) Want dat is wat nodig is: we moeten bevrijd worden van onze oude natuur en daarvoor in de plaats een nieuwe ontvangen, die niet aan deze ”wet der zonde en des doods” onderworpen is, maar aan de “wet des Geestes des levens in Christus Jezus” (Rom.8: 2)

Numeri 23

De eerste zegening:
Dat volk zal alleen wonen.

Num 23:1 Toen zeide Bileam tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
Num 23:2 Balak nu deed, gelijk als Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram, op elk altaar.
Num 23:3 Toen zeide Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan; misschien zal de HEERE mij tegemoet komen; en hetgeen Hij wijzen zal, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte.
Num 23:4 Als God Bileam ontmoet was, zo zeide hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht, en heb een var en een ram op elk altaar geofferd.
Num 23:5 Toen leide de HEERE het woord in den mond van Bileam, en zeide: Keer weder tot Balak, en spreek aldus.
Num 23:6 Als hij nu tot hem wederkeerde, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten der Moabieten.
Num 23:7 Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!
Num 23:8 Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?
Num 23:9 Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, a) dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.

a) Deu 33:28 Israel dan zal zeker alleen wonen, en Jakobs oog zal zijn op een land van koren en most; ja, zijn hemel zal van dauw druipen.

Num 23:10 Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!

De tweede zegening:
Gods trouw over Zijn volk.

Num 23:11 Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend!
Num 23:12 Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft?
Num 23:13 Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!
Num 23:14 Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
Num 23:15 Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten.
Num 23:16 Als de HEERE Bileam ontmoet was, b) zo leide Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo.

b) Num 22:35 De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.

Num 23:17 Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken?
Num 23:18 Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!
Num 23:19 c) God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?

c) 1Sa 15:29 En ook liegt Hij, Die de Overwinning van Israel is, niet, en het berouwt Hem niet; want Hij is geen mens, dat Hem iets berouwen zou.
Jas 1:17 Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.

Num 23:20 Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
Num 23:21 Hij d) schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.

d) Psa 32:1 Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.
Psa 32:2 Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.
Psa 51:11 Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.
Jer 50:20 In die dagen en te dier tijd, spreekt de HEERE, zal Israels ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn, en de zonden van Juda, maar zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze dengenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
Rom 4:7 Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn;

Num 23:22 God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; e) zijn krachten zijn als van een eenhoorn.

e) Num 24:8 God heeft hem uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn; hij zal de heidenen, zijn vijanden, verteren, en hun gebeente breken, en met zijn pijlen doorschieten.

Num 23:23 Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.
Num 23:24 Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben!

De derde zegening:
Israëls vrede en voorspoed

Num 23:25 Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
Num 23:26 Doch Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen?
Num 23:27 Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.
Num 23:28 Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.
Num 23:29 En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
Num 23:30 Balak nu deed, gelijk als Bileam gezegd had; en hij offerde een var en een ram op elk altaar.

WEDERGEBOORTE – De weg er naar toe

Het woord wedergeboorte

Hoewel wedergeboorte als begrip door de gehele Bijbel voorkomt, en in zekere zin zelfs het centrale onderwerp van de Schrift is, wordt het woord zelf slechts zes maal genoemd. De overige keren, dat wedergeboorte bedoeld wordt, wordt een andere omschrijving gebruikt. Dan “vinden we termen als: uit God, uit de Geest, naar de Geest of uit Hem geboren worden.

Wedergeboorte vinden we in Matth. 19: 28 en Tit. 3 : 5 als de vertaling van het griekse zelfstandig naamwoord “paligenesia”.

Wedergeboren worden of wederbaren komt voor in 1 Petr. 1:3 en 23 als de vertaling van het werkwoord “ana”gennao”, en in Joh. 3 : 3 en 7 als vertaling van “gennao”anothen”.

Voor alle duidelijkheid zetten wij dit hieronder in een overzicht:

(weder)geboorte = (pali)genesia; Matth. 19:28; Tit. 3:5.

(weder)geboren worden = (ana)gennao; 1 Petr. 1:3 en 23.

(wederom)geboren worden = gennao(anothen); Joh. 3:3 en 7.

Het werkwoord “gennao“, dat duidelijk de grondvorm van deze uitdrukkingen is, en waarvan het zelfstandig naamwoord “genesia” werd afgeleid, heeft echter een veel ruimere betekenis dan ons “geboren worden”. In het algemeen betekent het “maken” of “scheppen”, “produceren” dus. In alle voorkomende gevallen is “gennao” tot tevredenheid te vertalen met “voortbrengen” zodat dit laatste woord in feite de meest juiste vertaling is.

Gennao is dus voortbrengen, maar het zegt niets over de wijze waarop wordt voortgebracht. Of het betrekking heeft op het ambachtelijk produceren of het geslachtelijk voortbrengen, de voortplanting, kan slechts blijken uit het gezinsverband. Wanneer het betrekking heeft op de voortplanting (er wordt een persoon voortgebracht) en de voortbrenger is een vrouw, dan wordt gennao vertaald met baren (b.v. in Luk. 1 : 13) Is daarentegen in hetzelfde geval de voortbrenger een man, dan wordt gennao vertaald met gewinnen of verwekken (b.v. Matth. 1: 2 e.v.)

Deze twee mogelijkheden komen ook nadrukkelijk naar voren in het gesprek tussen de Heer en Nicodemus. Wanneer de Heer spreekt over wedergeboren worden, vat Nicodemus dat op als een vrouwelijke activiteit. “Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren (gennao) worden?” Maar het antwoord, dat hij krijgt luidt: ”Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.” De Heer had hier niet een vrouwelijke, maar een mannelijke activiteit op het oog; geboren worden uit de Geest. Geest is per definitie altijd mannelijk, maar bovendien verdwijnt daarover alle twijfel, wanneer wij ons realiseren, dat hier gesproken wordt over de Geest van God, die toch moeilijk vrouwelijk genoemd kan worden. Strikt genomen zou “gennao” hier dus vertaald moeten zijn met “verwekken”, maar dan zou het onbegrijpelijk worden, waarom Nicodemus aan de moeder dacht, in plaats van de vader. Dit zelfde verschijnsel treedt overigens ook op in 1 Petrus1: 3. De Statenvertaling zegt daar, dat “… de God en Vader van onze Heere Jezus Christus ons heeft wedergeboren. De voortbrenger is hier mannelijk, zodat eigenlijk vertaald zou moeten worden zijn met “verwekken”: “… ons heeft verwekt…” dat is het werk van de Vader. Maar als het daadwerkelijk vertaald zou zijn met verwekken, zouden wij onmiddellijk het verband zien met de woorden van de Heer tot Nicodemus missen. In het Nederlands lijkt het dan alsof daar over een heel ander onderwerp gesproken wordt. Daarom is het toch vertaald met “geboren worden”. Meer recente Nederlandse vertalingen hebben dit probleem opgelost, door te vertalen met “… deed geboren worden…” Hierbij wordt “verwekken” min of meer synoniem verklaard met “doen geboren worden”. Gennao kan dus vertaald worden zowel met verwekken als met baren, omdat het eigenlijk van toepassing is op het gehele wordingsproces van de mens, vanaf de bevruchting tot en met de bevalling. Indien dit waar is voor de natuurlijke geboorte, dan is dit ook zeker van toepassing op de wedergeboorte, waarin trouwens eveneens een “mannelijk” en een “vrouwelijk” aandeel valt te onderscheiden.

Om uit te drukken, dat deze geboorte een tweede geboorte is, maakt de Bijbel, zoals wij gezien hebben, gebruik van drie verschillende bijwoorden. De eerste hiervan is het voorvoegsel “pali“, dat afgeleid is van ” palin”. Dit woord drukt herhaling van een beweging uit, maar bovendien ook een tegenstelling. Het kan daarom vertaald worden met ”opnieuw”, maar dikwijls ook met “daarentegen” Wanneer in de Bijbel dus sprake is van “paligenesia”, gaat het over de herhaling van een geboorte, maar het drukt tevens uit, dat deze tweede geboorte verschillend is van de eerste. Zoals we zullen zien, wordt dit verschil bepaald, doordat de ouders bij de tweede geboorte anderen zijn, dan bij de eerste geboorte, en daaruit volgt dan weer, dat ook datgene, wat als tweede verschijnt, fundamenteel verschilt van wat als eerste in de wereld geboren wordt. “Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke” (1 Kor. 15: 46) Dit is op zichzelf een principe, dat we in de hele Bijbel terug vinden. Het heeft alles te maken met de vele kwesties over eerstgeboorterecht, dat bij herhaling gegeven werd aan de tweede in plaats van de eerste. Steeds wanneer dit in de Bijbel voorkomt is het een heenwijzing naar dit beginsel, dat zijn vervulling vindt in de wedergeboorte. Niet het natuurlijke, dat het eerst geboren wordt, ontvangt het eerstgeboorterecht, maar het tweede, dat geestelijk is en wordt voortgebracht door de wedergeboorte.

“Paligenesia” is dus de herhaling van een geboorte, en het wordt correct vertaald met “wedergeboorte”. Zuiver taalkundig is er geen enkele noodzaak om een andere uitdrukking voor hetzelfde verschijnsel te gebruiken. Dat de Bijbel desondanks toch twee andere bijwoorden in dit verband bezigt, kan alleen betekenen, dat deze twee bijwoorden met nadruk nog meer licht werpen op het karakter van de wedergeboorte.

Het meest bekende van die twee is “anothen“, dat de Heere Jezus uitspreekt in Zijn gesprek met Nicodemus in Joh. 3. Om onderscheid te maken wordt het daar vertaald met “wederom” i.p.v. “weder”. Toch is dit slechts een zeer oppervlakkige vertaling. De meest juiste vinden wij in Joh. 19:11: “Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet “van boven” gegeven ware. ” Hier wordt “anothen” vertaald met “van boven”, terwijl uit dit vers duidelijk blijkt, dat dit “boven” de hemel is, en overdrachtelijk is het God Zelf: “Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet “van God” gegeven ware. ” Anothen is dus niet slechts “wederom”, niet een eenvoudige herhaling, maar het wijst bovendien naar de oorsprong, de oorzaak der dingen.

Die betekenis heeft het dus ook in Luk. 1 : 3: “…. hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht… “. Lukas had de geschiedenis van de Heere Jezus inderdaad “opnieuw” en “van voren” onderzocht. Het was een “opnieuw”, omdat hij niet de eerste was, die dit ondernam, en het was “van voren” omdat hij van alle evangelisten de meeste nadruk legt op de geschiedenis van de menselijke geboorte van de Heiland. Maar “anothen” wijst hier bovenal op de oorsprong en bron van zijn onderzoekingen: de Heilige Geest of God Zelf. Het evangelie van Lukas heeft dan ook zeer terecht een plaats gevonden tussen de canonieke boeken van het Nieuwe Testament, omdat het door de Geest van God is geïnspireerd en voortgebracht (gennao) “Anothen” in verband met de wedergeboorte wijst dus niet alleen op een herhaling van een vroegere gebeurtenis, maar tevens op de oorsprong van die herhaling. Het wijst op de Verwekker van wat geboren wordt: de Heilige Geest. Vanzelfsprekend wordt dit bevestigd in het verdere gesprek met Nicodemus. In de verzen 5, 6 en 8 zegt de Heer, dat dit “gennao anothen” een geboren worden uit de Geest is.

Het derde bijwoord dat door Petrus gebruikt wordt, is “ana“, wat meestal vertaald wordt met “opnieuw“. Ook deze vertaling is eigenlijk veel te zwak. Ana geeft niet slechts een herhaling aan, maar tevens een richting: “omhoog“. De omhoog gerichte beweging in dit woord is dermate sterk, dat “ana” zelfs als commando gebruikt wordt in de zin van “sta op”. Opnieuw of overnieuw zijn redelijk goede, maar toch zwakke Nederlandse vertalingen, waarbij “op” of “over” de omhooggaande beweging uitdrukken. Zo kunnen wij iets opnieuw of overschilderen, waarbij de nieuwe verflaag over de oude komt te liggen. Die nieuwe laag ligt dan op een hoger niveau dan de oude. Deze opgaande beweging van “ana” wordt door Petrus bevestigd als hij “ana”gennao” in direct verband brengt met de opstanding van Christus (1 Petr. 1 : 3), en door de Heere Jezus, Die wedergeboorte noemt als de enige manier waarop men het Koninkrijk Gods kan binnengaan (Joh. 3 : 5)

Samenvattend komen wij nu tot de volgende conclusies:

  1. Wedergeboorte is niet slechts een opnieuw geboren worden, maar duidt op het gehele wordingsproces van de mens, vanaf de verwekking tot en met de bevalling. (gennao)
  2. Het is iets, dat opnieuw gebeurt (palin), maar dan
  3. met een andere, n.l. Goddelijke oorzaak (anothen) en
  4. met een andere, n.l. hemelse bestemming (ana)

Met name deze laatste twee punten onderscheiden de wedergeboorte van de natuurlijke. Een natuurlijke geboorte heeft een natuurlijke of vleselijke oorzaak: de ouders; en een natuurlijke of vleselijke bestemming: de dood. De wedergeboorte heeft een Goddelijke of Geestelijke bestemming: het eeuwige leven in het Koninkrijk Gods (Joh. 3 : 5)

Ja kom binnen Heer (slot) De kelder

Rom. 12:2 wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken.

Toen op een morgen vroeg ik aan de Here jezus: “Heer heb ik U nu in mijn hele huis binnengelaten?” Want ik was, er niet meer zeker van, telkens kwam ik er achter, dat er nog verborgen kamers in mijn huis waren waar de Here Jezus nog geen Heer was. Ik dacht aan dat versje uit de bundel van Johan de Heer, en ik ontdekte dat dit lied precies paste bij de situatie waarin ik de laatste tijd verkeerde.

Het is lied 803

Geef de Heiland ‘t roer in handen.
Van uw aardse’ levensschip
Hij zal veilig u doen landen,
Hij kent elke rots en klip
Zij uw scheepje groot of klein,
Laat de Heiland stuurman zijn

Hoe ook stormen mogen woeden
laat het het roer stil in zijn hand;
Hij zal in ‘t gevaar behoeden
Hij brengt veilig u aan land.
Beef g’ook al van angst en pijn
Laat de Heiland stuurman zijn.

Blijf toch rustig Hem geloven
Richt bij ‘t felste stormgedruis
‘t Hart omhoog, het oog naar boven;
Daar bracht Hij reeds velen thuis
Hoe ook alles donker schijn’.
Laat de Heiland stuurman zijn.

Veel gevaar bedreigt het leven
Maar het grootst’ is als ‘k niet stil
Alles aan Hem overgeven,
En ook zelf nog sturen wil.
Daarom Heiland, houdt mij klein,
En wil Gij maar stuurman zijn.

Dus vroeg ik aan de Heer ‘Is er nog een stukje van mijn leven dat U niet toebehoort, waar ik het roer zelf nog in handen heb?. Dan wil ik U vragen Heer, of U daar ook met mij naar binnen wilt gaan’. “Ja,” antwoordde de Heer: “Er is nog één kamertje waarvan Ik het roer nog niet in Mijn handen heb, we zijn samen op de bovenste verdieping van je huis geweest, we gaan nu samen naar de laagste verdieping van je huis, dat is de kelder. Het is het diepst verborgene plekje in je denken, het is je herinneringsleven’ [Voor het eerst merkte ik dat ik geen enkel commentaar meer had] “We gaan samen afdalen in de diepte en halen alles naar boven, wat er opgeborgen ja, opgestapeld ligt in het herinneringsleven”. Daar liggen dingen, gebeurtenissen waar je zelf nooit meer aan denkt, maar waarvan de uitwerking in je leven wel zichtbaar is. Kijk, Ik bedoel dit: In je kinderjaren heeft de meester een fout tegenover jou gemaakt. Je voelde je bezeerd. Tijden lang dacht je er aan. En toen “de tijd” de wond geheeld had, is er iets in je herinnering blijven zitten. De buitenkant was weer goed, maar de binnenkant niet. Omdat het nooit is uitgepraat, is er iets blijven hangen waar jezelf niets meer van weet, begrijp je? [Nooit had ik de Heer zó ernstig gezien] Dan ben je een keer vals beschuldigd, je had het echt niet gedaan, het is nooit uitgekomen, ook nooit uitgepraat, het is opgeborgen diep in je geheugen. De eerste tijd deed het je veel pijn, later zakte dat wat af, en je vergat het. Maar in je herinnering bleef het litteken achter. Zo zijn er in een mensenleven veel dingen gebeurd. Bij de een dit, bij de ander wat anders, maar dat ze er zijn is zeker. Dingen die nooit uitgepraat zijn, maar waarvan de uitwerking toch op de één of andere manier in:

  • je karakter
  • je doen en laten
  • je houding tegenover de medemens
  • je kritiek
  • je optreden te merken is, zonder dat je daar zelf erg in hebt.

Je kunt er hard door geworden zijn of gevoelloos. Je bent niet meer dat spontane kind van vroeger.”Weet je” zei Hij zacht: “Ik denk ineens aan je kinderjaren, wal er toen gebeurde met die man…. dat was een schok in je leven, ergens ben je erdoor veranderd, zonder het te willen. Ga nu samen met Mij naar beneden en lk haal één voor één elke gebeurtenis, die je van binnen bezeert heeft, naar boven en vraag of Mijn Vader het weg wil nemen, zodat het schoon wordt van binnen. Zodat de wond vroeger, in het verleden opgelopen, geneest. Zodat zelfs het litteken weggewassen is. Ik vraag dan of Hij met Zijn Geest dat plekje in bezit wil nemen, zodat Zijn liefde daar komt. Maar van jou zal ook iets gevraagd worden, Ik zal alles doen wat Ik kan doen,” sprak de Heer zacht. ‘Maar nu moet jij doen wat Ik niet kan.’ ‘Heer, wat kan ik doen, wat U voor mij niet kunt?’

“Vergeven……alles vergeven, dat wat de ander je aangedaan heeft.

Vergeven en vergeten…. Dan pas wordt het diepste in je gereinigd, volkomen gereinigd. Voor het eerste moet jij zorgen, daarna zorgt Hij voor het laatste. Dan pas kan de Here God die lege plekjes opnieuw vullen. Dan pas ben je schoon van binnen en van buiten. Dan stroomt Zijn Geest door heel je wezen en word je vervuld van Zijn liefde.” Zo ging ik samen met de Here Jezus de diepte van m’n herinneringsleven in. We daalden samen af in de diepte van mijn denken

en ik vergaf.

De kelder van mijn denken werd gereinigd, met een ongekende blijdschap.

Eindelijk was de Heer in mijn gehele huis.

Nu kan ik alleen nog zeggen tegen jou die dit leest,

als er gebeid wordt en Jezus de Here staat daar en vraagt

mag ik bij je binnenkomen?

Doe dan de deur van je levenshuis wijd open en zeg:

“JA, KOM BINNEN HEER”

Annie Berents-Karkdijk

Door: Annie Berents-Karkdijk

Numeri 22

Balak ontbiedt Bíleam

Num 22:1 Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakke velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho.
Num 22:2 Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;
Num 22:3 Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.
Num 22:4 Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten.
Num 22:5 Die zond boden aan a) Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.

a) Jos 24:9 Ook maakte zich Balak op, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, en hij streed tegen Israel; en hij zond heen, en deed Bileam, den zoon van Beor, roepen, opdat hij u vervloeken zou.

Num 22:6 En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
Num 22:7 Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.
Num 22:8 Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam.
Num 22:9 En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn?
Num 22:10 Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:
Num 22:11 Zie, er is een volk uit Egypte getogen, en het heeft het gezicht des lands bedekt; kom nu, vervloek het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen strijden, of het uitdrijven.
Num 22:12 Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.
Num 22:13 Toen stond Bileam des morgens op, en zeide tot de vorsten van Balak: Gaat naar uw land; want de HEERE weigert mij toe te laten met ulieden te gaan.
Num 22:14 Zo stonden dan de vorsten der Moabieten op, en kwamen tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.
Num 22:15 Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, dan die waren;
Num 22:16 Die tot Bileam kwamen, en hem zeiden: Alzo zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u toch niet beletten tot mij te komen!
Num 22:17 Want ik zal u zeer hoog vereren, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen; zo kom toch, vervloek mij dit volk!
Num 22:18 Toen antwoordde Bileam, en zeide tot de dienaren van Balak: b) Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot.

b) Num 24:13 Wanneer mij Balak zijn huis vol zilver en goud gave, zo kan ik het bevel des HEEREN niet overtreden, doende goed of kwaad uit mijn eigen hart; wat de HEERE spreken zal, dat zal ik spreken.

Num 22:19 En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal.
Num 22:20 God nu kwam tot Bileam des nachts, en zeide tot hem: Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen; en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal.
Num 22:21 Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab.
Num 22:22 Doch de toorn van God werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij reed nu op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem.
Num 22:23 De c) ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden.

c) 2Pe 2:16 Maar hij heeft de bestraffing zijner ongerechtigheid gehad; want het jukdragende stomme dier, sprekende met mensenstem, heeft des profeten dwaasheid verhinderd.
Jud 1:11 Wee hun, want zij zijn den weg van Kain ingegaan, en door de verleiding van het loon van Balaam zijn zij henengestort, en zijn door de tegenspreking van Korach vergaan.

Num 22:24 Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde.
Num 22:25 Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde zij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan.
Num 22:26 Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechter hand noch ter linkerhand.
Num 22:27 Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo leide zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok.
Num 22:28 De d) HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?

d) 2Pe 2:16 Maar hij heeft de bestraffing zijner ongerechtigheid gehad; want het jukdragende stomme dier, sprekende met mensenstem, heeft des profeten dwaasheid verhinderd.
Jud 1:11 Wee hun, want zij zijn den weg van Kain ingegaan, en door de verleiding van het loon van Balaam zijn zij henengestort, en zijn door de tegenspreking van Korach vergaan.

Num 22:29 Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden.
Num 22:30 De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!
Num 22:31 Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.
Num 22:32 Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl e) deze weg van Mij afwijkt.

e) 2Pe 2:15 Die den rechten weg verlaten hebbende, zijn verdwaald, en volgen den weg van Balaam, den zoon van Bosor, die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft;

Num 22:33 Maar  de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.
Num 22:34 Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stond; en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren.
Num 22:35 De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.
Num 22:36 Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.
Num 22:37 En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?
Num 22:38 Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigszins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.
Num 22:39 En Bileam ging met Balak; en zij kwamen te Kirjath-huzzoth.
Num 22:40 Toen slachtte Balak runderen en schapen; en hij zond aan Bileam, en aan de vorsten, die bij hem waren.
Num 22:41 En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.

IDF Paratroopers Discover Tunnel Under a House in Gaza

  • Two rockets explode in open areas in Eshkol Regional Council
  • While Hamas continues its attacks, tons of goods are reaching Palestinians in Gaza from Israel.

Het is toch te idioot voor woorden wat Israël doet, maar ik begrijp dat de kwestie niet anders is, want anders zullen omringende moslimlanden gaan schieten… maar ze kunnen zonder toevoer aan goederen niet lang stand kunnen houden.

  • Hamas fighting like Hezbollah
  • Palestinian media reporting 4 killed & 15 wounded in Shuhad’a Al Aqsa hospital in Gaza attacked by Israeli forces
  • Rocket explodes close to Minister Livni while visiting community in Sha’ar HaNegev
  • Code red alert sounds in Sha’ar HaNegev Regional Council
  • Palestinians report IDF attacks hospital in Deir al-Balah, 15 injures
  • Al Aqsa hospital in Gaza that was attacked by Israeli tanks today evening killing 4, injuring dozens.

  • Code red sirens heard in Gan Yavne and Gadera
  • Pro-Palestinian protesters raid Jewish neighborhood outside Paris
  • ASHKELON: Reports of a rocket hit near a residential building, causing serious damage, 1 treated by MDA for shock.
  • Palestinians protest in Nazareth against IDF action in the Gaza Strip
  • Hamas fighters this morning also wore IDF uniforms to the last detail, forcing forces to verify before engaging
  • Code Red Sirens in Ashkelon, Zikim and surroundings
  • JPOST Israel News 21-07-14

  • Lebanese man apprehended for firing rocket at Israel
  • Code red sirens heard in the Eshkol Regional Council

Sleepless night for neighbors as silent sinkhole forms

Hernando County Sheriff’s Office says several homes were evacuated tonight after a massive sinkhole appeared.

10 News Reporter Sarah Hagen was at the scene near the roadway at the intersection of Eldridge Road and Van Allen Way in Spring Hill.

It makes a person’s heart pound just standing close to the sinkhole-it started out 25×25, 30 ft deep.

Now it is 40×40-it grew in just a couple of hours!

Another Day, Another Sinkhole Emerges in Florida

 

Rocket hit home in Ashdod, no injuries

  • Thousands in New York show support and love for Israel, in the center of Manhattan
  • No, beachgoers are not watching Gaza airstrikes on giant screens

And no, The Times of Israel did not report on it. Don’t believe everything you see on Twitter

A doctored ‘screenshot’ of The Times of Israel’s homepage, purporting to show the Israel Air Force raids on the Gaza Strip being screened on a beach in Tel Aviv. (screen capture)

A fake “screenshot” of The Times of Israel’s homepage made social media rounds over the weekend, purportedly showing a report of Israel’s airstrikes on the Gaza Strip being screened on a Tel Aviv beach

But as most savvy news consumers already know, that screenshot was a doctored photo and the only thing Tel Aviv beachgoers are watching are sand, waves and the occasional Iron Dome interception overhead after Hamas shoots rockets at the city. Read more

  • Rocket explodes in open area in Rishon Lezion, fire erupts, no injuries
  • When the fighting stops, the battle to rescue Israel’s damaged economy will begin 

  • Rocket sirens sound in Ashdod and Ashkelon
  • How long has it been since the last rocket strike on Israel?

U.S. immigrant to Israel designs online clock timer to show world how much time has passed since the last rocket was fired; ‘Sadly, this counter never really gets above an hour,’ he says.

Israelhasbeenrocketfreefor.com Photo by Screenshot

People around the world may find it hard to conceptualize the frequency with which rockets are fired toward Israel. Two young Israelis have created an online clock timer to track how much time has passed since the last rocket was fired.

According to Israeli media, the website Israelhasbeenrocketfreefor.com is linked to the Home Front Command’s rocket alert system and automatically restarts the clock every time an alert is sent.

Aaron Friedman, 29, a marketing manager who immigrated to Israel from Chicago with his wife and two children a year ago and currently resides in the settlement Efrat, came up with the idea for the website during Operation Protective Edge. He contacted tech developer Yehonatan Tsirolnik, 18, of the settlement Pisgat Ze’ev, who developed the code for the website in two days. Read More

  • Code red alert sounds in Ashkelon
  • Code red alert sounds in Sha’ar HaNegev Regional Council
  • 85,000 Gaza residents have fled to our shelters
  • Iron Dome intercepts three rockets over Ashkelon
  • Three rockets explode in open area in Sdot Negev Regional Council, no injuries
  • Code red alert sounds in Eshkol Regional Council

Numeri 21

De koperen slang

Num 21:1 Als de Kanaaniet, de koning van Harad, wonende tegen het zuiden, hoorde, dat Israel door den weg der verspieders kwam, zo streed hij tegen Israel, en hij voerde enige gevangenen uit denzelven gevankelijk weg.
Num 21:2 Toen beloofde Israel den HEERE een gelofte, en zeide: Indien Gij dit volk geheel in mijn hand geeft, zo zal ik hun steden verbannen.
Num 21:3 De HEERE dan verhoorde de stem van Israel, en gaf de Kanaanieten over; en hij verbande hen en hun steden; en hij noemde den naam dier plaats Horma.
Num 21:4 Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.
Num 21:5 En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en a) onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.

a) Num 11:6 Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!

Num 21:6 Toen zond b) de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel.

b) 1Co 10:9 En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield.

Num 21:7 Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid den HEERE, dat Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk.
Num 21:8 En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, c) dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.

c) Joh 3:14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;

Num 21:9 d) En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.

d) 2Ko 18:4 Hij nam de hoogten weg, en brak de opgerichte beelden, en roeide de bossen uit; en hij verbrijzelde de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de kinderen Israels tot die dagen toe haar gerookt hadden; en hij noemde haar Nehustan.
Joh 3:14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;

Verschillende tochten

Num 21:10 e) Toen verreisden de kinderen Israels, en zij legerden zich te Oboth.

e) Num 33:43 En zij verreisden van Funon, en legerden zich in Oboth.

Num 21:11 Daarna reisden zij van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim in de woestijn, die tegenover Moab is, tegen den opgang der zon.
Num 21:12 Van daar reisden zij, en legerden zich bij de beek Zered.
Num 21:13 Van daar reisden zij, en legerden zich aan deze zijde van de Arnon, welke in de woestijn is, uitgaande uit de landpalen der Amorieten; f) want de Arnon is de landpale van Moab, tussen Moab en tussen de Amorieten.

f) Rch 11:18 Daarna wandelde hij in de woestijn, en toog om het land der Edomieten en het land der Moabieten, en kwam van den opgang der zon aan het land der Moabieten, en zij legerden zich op gene zijde van de Arnon; maar zij kwamen niet binnen de landpale der Moabieten; want de Arnon is de landpale der Moabieten.

Num 21:14 (Daarom wordt gezegd in het boek van de oorlogen des HEEREN: Tegen Waheb, in een wervelwind, en tegen de beken Arnon,
Num 21:15 En den afloop der beken, die zich naar de gelegenheid van Ar wendt, en leent aan de landpale van Moab.)
Num 21:16 En van daar reisden zij naar Beer. Dit is de put, van welken de HEERE tot Mozes zeide: Verzamel het volk, zo zal Ik hun water geven.
Num 21:17 (Toen zong Israel dit lied: Spring op, gij put, zingt daarvan bij beurte!
Num 21:18 Gij put, dien de vorsten gegraven hebben, dien de edelen des volks gedolven hebben, door den wetgever, met hun staven.) En van de woestijn reisden zij naar Mattana;
Num 21:19 En van Mattana tot Nahaliel; en van Nahaliel tot Bamoth;
Num 21:20 En van Bamoth tot het dal, dat in het veld van Moab is, aan de hoogte van Pisga, en dat tegen de wildernis ziet.

Num 21:21 g) Toen zond Israel boden tot Sihon, den koning der Amorieten, zeggende:

g) Deu 2:26 Toen zond ik boden uit de woestijn Kedemot tot Sihon, den koning van Hesbon, met woorden van vrede, zeggende:
Rch 11:19 Maar Israel zond boden tot Sihon, den koning der Amorieten, koning van Hesbon, en Israel zeide tot hem: Laat ons toch door uw land doortrekken tot aan mijn plaats.

Israël overwint Sihon en Og.

Num 21:22 Laat mij door uw land trekken. h) Wij zullen niet afwijken in de akkers, noch in de wijngaarden; wij zullen het water der putten niet drinken; wij zullen op den koninklijken weg gaan, totdat wij uw landpale doorgetogen zijn.

h) Num 20:17 Laat ons toch door uw land trekken; wij zullen niet trekken door den akker, noch door de wijngaarden, noch zullen het water der putten drinken; wij zullen den koninklijken weg gaan, wij zullen niet afwijken ter rechter hand noch ter linkerhand, totdat wij door uw landpalen zullen getrokken zijn.

Num 21:23 i) Doch Sihon liet Israel niet toe, door zijn landpale door te trekken; maar Sihon vergaderde al zijn volk, en hij ging uit, Israel tegemoet, naar de woestijn, en hij kwam te Jahza, en streed tegen Israel;

i) Deu 2:30 Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.
Deu 29:7 Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
Jos 24:8 Toen bracht Ik u in het land der Amorieten, die over gene zijde van de Jordaan woonden, die streden tegen u; maar Ik gaf hen in uw hand, en gij bezat hun land erfelijk, en Ik verdelgde hen voor ulieder aangezicht.
Rch 11:20 Doch Sihon betrouwde Israel niet door zijn landpale door te trekken; maar Sihon verzamelde al zijn volk, en zij legerden zich te Jaza; en hij streed tegen Israel.

Num 21:24 k) Maar Israel sloeg hem met de scherpte des zwaards, en l) nam zijn land in erfelijke bezitting, van de Arnon af tot de Jabbok toe, m) tot aan de kinderen Ammons; want de landpale der kinderen Ammons was vast.

k) Deu 2:33 En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk.
Deu 29:7 Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
Jos 12:2 Sihon, de koning der Amorieten, die te Hesbon woonde; die van Aroer af heerste, welke aan den oever der beek Arnon is, en over het midden der beek en de helft van Gilead, en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons;
Jos 24:8 Toen bracht Ik u in het land der Amorieten, die over gene zijde van de Jordaan woonden, die streden tegen u; maar Ik gaf hen in uw hand, en gij bezat hun land erfelijk, en Ik verdelgde hen voor ulieder aangezicht.
Rch 11:21 En de HEERE, de God Israels, gaf Sihon met al zijn volk in de hand van Israel, dat zij hen sloegen; alzo nam Israel erfelijk in het ganse land der Amorieten, die in datzelve land woonden.

l) Psa 135:11 Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaan,
Psa 135:12 En Hij gaf hun land ten erve, ten erve aan Zijn volk Israel.
Psa 136:19 Sihon, den Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Amo 2:9 Ik daarentegen heb den Amoriet voor hunlieder aangezicht verdelgd, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik heb zijn vrucht van boven, en zijn wortelen van onderen verdelgd.

m) Deu 2:37 Behalve tot het land van de kinderen Ammons naderdet gij niet, noch tot de ganse streek der beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.

Num 21:25 n) Alzo nam Israel al deze steden in; en Israel woonde in al de steden der Amorieten, te Hesbon, en in al haar onderhorige plaatsen.

n) Deu 2:34 En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.
Deu 2:35 Het vee alleen roofden wij voor ons, en den roof der steden, die wij innamen.

Num 21:26 Want Hesbon was de stad van Sihon, den koning der Amorieten; en hij had gestreden tegen den vorigen koning der Moabieten, en hij had al zijn land uit zijn hand genomen, tot aan de Arnon.
Num 21:27 Daarom zeggen zij, die spreekwoorden gebruiken: Komt tot Hesbon; men bouwe en bevestige de stad van Sihon!
Num 21:28 Want er is een vuur uitgegaan uit Hesbon; een vlam uit de stad van Sihon; zij heeft verteerd Ar der Moabieten, en de heren der hoogten van de Arnon.
Num 21:29 Wee u, Moab! Gij, volk o) Kamoz zijt verloren! Hij heeft zijn zonen, die ontliepen, en zijn dochters in de gevangenis geleverd aan Sihon, den koning der Amorieten.

o) 1Ko 11:7 Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, op den berg, die voor Jeruzalem is, en voor Molech, het verfoeisel der kinderen Ammons.
1Ko 11:33 Daarom dat zij Mij verlaten, en zich nedergebogen hebben voor Astoreth, den god der Sidoniers, Kamos, den god der Moabieten, en Milchom, den god der kinderen Ammons; en niet gewandeld hebben in Mijn wegen, om te doen wat recht is in Mijn ogen, te weten Mijn inzettingen en Mijn rechten; gelijk zijn vader David.

Num 21:30 En wij hebben hen nedergeveld! Hesbon is verloren tot Dibon toe; en wij hebben hen verwoest tot Nofat toe, welke tot Medeba toe reikt.
Num 21:31 Alzo woonde Israel in het land van den Amoriet.
Num 21:32 Daarna zond Mozes om Jaezer te verspieden; en zij namen haar onderhorige plaatsen in; en hij dreef de Amorieten, die er waren, uit de bezitting.
Num 21:33 Toen wendden zij zich en trokken op den weg van Basan; p) en Og, de koning van Basan, ging uit hun tegemoet, hij en al zijn volk, tot den strijd, en Edrei.

p) Deu 3:1 Daarna keerden wij ons en togen op, den weg van Bazan; en Og, de koning van Bazan, trok uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde bij Edrei.
Deu 29:7 Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.

Num 21:34 De HEERE nu zeide tot Mozes: Vrees hem niet; want Ik heb hem in uw hand gegeven, en al zijn volk, ook zijn land; en q) gij zult hem doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt.

q) Psa 136:20 En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Num 21:35 En zij sloegen r) hem, en zijn zonen, en al zijn volk, alzo dat hem niemand overbleef; en zij namen zijn land in erfelijke bezitting.

r) Psa 136:20 En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:21 En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psa 136:22 Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 

WordPress theme: Kippis 1.15