Numeri 13

De twaalf verspieders.

Num 13:1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 13:2 Zend u mannen uit: die het land Kanaan verspieden, hetwelk Ik den kinderen Israels geven zal; van elken stam zijner vaderen zult gijlieden een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen.
Num 13:3 Mozes dan zond hen uit de woestijn van Paran, naar den mond des HEEREN; al die mannen waren hoofden der kinderen Israels.
Num 13:4 En dit zijn hun namen: van den stam van Ruben, Sammua, de zoon van Zaccur.
Num 13:5 Van den stam van Simeon, Safat, de zoon van Hori.
Num 13:6 Van den stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne.
Num 13:7 Van den stam van Issaschar, Jigeal, de zoon van Jozef.
Num 13:8 Van den stam van Efraim, Hosea, de zoon van Nun.
Num 13:9 Van den stam van Benjamin, Palti, de zoon van Rafu.
Num 13:10 Van den stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.
Num 13:11 Van den stam van Jozef, voor den stam van Manasse, Gaddi, de zoon van Susi.
Num 13:12 Van den stam van Dan, Ammiel, de zoon van Gemalli.
Num 13:13 Van den stam van Aser, Sethur, de zoon van Michael.
Num 13:14 Van den stam van Nafthali, Nachbi, de zoon van Wofsi.
Num 13:15 Van den stam van Gad, Guel, de zoon van Machi.
Num 13:16 Dit zijn de namen der mannen, die Mozes zond, om dat land te verspieden; en Mozes noemde Hosea, den zoon van Nun, Jozua.
Num 13:17 Mozes dan zond hen, om het land Kanaan te verspieden; en hij zeide tot hen: Trekt dit henen op tegen het zuiden, en klimt op het gebergte;
Num 13:18 En beziet het land, hoedanig het zij, en het volk, dat daarin woont, of het sterk zij of zwak, of het weinig zij of veel;
Num 13:19 En hoedanig het land zij, waarin hetzelve woont, of het goed zij of kwaad; en hoedanig de steden zijn, in dewelke hetzelve woont, of in legers, of in sterkten;
Num 13:20 Ook hoedanig het land zij, of het vet zij of mager, of er bomen in zijn of niet; en versterkt u, en neemt van de vrucht des lands. Die dagen nu waren de dagen der eerste vruchten van de wijndruiven.
Num 13:21 Alzo trokken zij op, en verspiedden het land, van de woestijn Zin af tot Rechob toe, waar men gaat naar Hamath.
Num 13:22 En zij trokken op in het zuiden, en kwamen tot Hebron toe, en daar waren Ahiman, Sesai en Talmai, kinderen van Enak; Hebron nu was zeven jaren gebouwd voor Zoan in Egypte.
Num 13:23 Daarna kwamen zij tot het dal Eskol, en sneden van daar een rank af met een tros wijndruiven, dien zij droegen met tweeen, op een draagstok; ook van de granaatappelen en van de vijgen.
Num 13:24 Diezelve plaats noemde men het dal Eskol, ter oorzake van den tros, dien de kinderen Israels van daar afgesneden hadden.
Num 13:25 Daarna keerden zij weder van het verspieden des lands, ten einde van veertig dagen.
Num 13:26 En zij gingen heen, en kwamen tot Mozes en tot Aaron, en tot de gehele vergadering der kinderen Israels, in de woestijn van Paran, naar Kades; en brachten bescheid weder aan hen, en aan de gehele vergadering, en lieten hun de vrucht des lands zien.
Num 13:27 En zij vertelden hem, en zeiden: Wij zijn gekomen tot dat land, waarheen gij ons gezonden hebt; en voorwaar, a) het is van melk en honig vloeiende, en dit is zijn vrucht.

a) Exo 3:8 Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand der Egyptenaren, en het opvoere uit dit land, naar een goed en ruim land, naar een land, vloeiende van melk en honig, tot de plaats der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten.
Exo 33:3 Naar het land, dat van melk en honig is vloeiende; want Ik zal in het midden van u niet optrekken; want gij zijt een hardnekkig volk; dat Ik u op dezen weg niet vertere.

Num 13:28 Behalve dat het een sterk volk is, hetwelk in dat land woont, en de steden zijn vast, en zeer groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak gezien.
Num 13:29 De Amalekieten wonen in het land van het zuiden; maar de Hethieten, en de Jebusieten, en de Amorieten wonen op het gebergte; en de Kanaanieten wonen aan de zee, en aan den oever van de Jordaan.
Num 13:30 Toen stilde Kaleb het volk voor Mozes, en zeide: Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten; want wij zullen dat voorzeker overweldigen!
Num 13:31 Maar de mannen, die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij zullen tot dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij.
Num 13:32 Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen Israels, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hetzelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte.
Num 13:33 Wij hebben ook daar de reuzen gezien, en de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen.

Numeri 12

Mirjam met melaatsheid gestraft.

Num 12:1 Mirjam nu sprak, en Aaron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen.
Num 12:2 En zij zeiden: Heeft dan de HEERE maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de HEERE hoorde het!
Num 12:3 Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren.
Num 12:4 Toen sprak de HEERE haastelijk tot Mozes, en tot Aaron, en tot Mirjam: Gij drie, komt uit tot de tent der samenkomst! En zij drie kwamen uit.
Num 12:5 Toen kwam de HEERE af in de wolkkolom, en stond aan de deur der tent; daarna riep Hij Aaron en Mirjam; en zij beiden kwamen uit.
Num 12:6 En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken.
Num 12:7 Alzo is Mijn knecht Mozes niet, a) die in Mijn ganse huis getrouw is.

a) Heb 3:2 Die getrouw is Dengene, Die Hem gesteld heeft, gelijk ook Mozes in geheel zijn huis was.

Num 12:8 Van mond b) tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des HEEREN aanschouwt hij; waarom dan hebt gijlieden niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes, te spreken?

b) Exo 33:11 En de HEERE sprak tot Mozes aangezicht aan aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt; daarna keerde hij weder tot het leger; doch zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, de jongeling, week niet uit het midden der tent.
Deu 34:10 En er stond geen profeet meer op in Israel, gelijk Mozes, dien de HEERE gekend had, van aangezicht tot aangezicht,

Num 12:9 Zo ontstak des HEEREN toorn tegen hen, en Hij ging weg.
Num 12:10 En de wolk week van boven de tent; en ziet, Mirjam was melaats, wit als de sneeuw. En Aaron zag Mirjam aan, en ziet, zij was melaats.
Num 12:11 Daarom zeide Aaron tot Mozes: Och, mijn heer! leg toch niet op ons de zonde, waarmede wij zottelijk gedaan, en waarmede wij gezondigd hebben!
Num 12:12 Laat zij toch niet zijn als een dode, van wiens vlees, als hij uit zijns moeders lijf uitgaat, de helft wel verteerd is!
Num 12:13 Mozes dan riep tot den HEERE, zeggende: O God! heel haar toch!
Num 12:14 En de HEERE zeide tot Mozes: Zo haar vader smadelijk in haar aangezicht gespogen had, zou zij niet zeven dagen beschaamd zijn? c) Laat haar zeven dagen buiten het leger gesloten, en daarna aangenomen worden!

c) Lev 13:46 Al de dagen, in welke deze plaag aan hem zal zijn, zal hij onrein zijn; onrein is hij, hij zal alleen wonen; buiten het leger zal zijn woning wezen.

Num 12:15 Zo werd Mirjam buiten het leger zeven dagen gesloten; en het volk verreisde niet, totdat Mirjam aangenomen werd.
Num 12:16 Maar daarna verreisde het volk van Hazeroth, en zij legerden zich in de woestijn van Paran.

Daily Mail Omits Hamas Man’s Terror Affiliation

UPDATE

Following correspondence from HonestReporting, the Daily Mail’s story now refers to Mustafa Malaka as “an officer in the Hamas security services.”

* * *

The Daily Mail leads its coverage of the Gaza conflict with the dramatic headline and image above. The article states:

A Palestinian father was blasted yards from his house in the Gaza Strip after a direct missile strike that killed his wife and son.

Shocking photos of Mustafa Malaka sprawled in the rubble emerged this evening as Israeli bombing of the Hamas-controlled region intensified.

What the Daily Mail fails to mention is that Mustafa Malaka is not only a “Palestinian father” but also a police officer in Hamas’ security services. This detail appears in both the Daily Telegraph and The Guardian. Clearly, Israel did not target him for no apparent reason.

Not only are we not told of Malaka’s terrorist affiliation but we also have no idea whether or not Israel sent advanced warnings of the air strike, which were ignored by Malaka and his family. Indeed, the Daily Mail carries no references to the well-publicized and extraordinary measures Israel is taking to prevent civilian casualties in Gaza.

Far easier for the Daily Mail to falsely portray Israel as indiscriminately targeting Gazan civilians. Source

IDF urges Gazans to clear Beith Lahiya; Hamas rejects truce

Rocket barrage targets towns in center, south; IDF commando raid ends with 3 Hamas dead, 4 IDF wounded; Israel steps up airstrikes; bomb shelters open on Lebanese border after 3 rockets hit Galilee

Palestinians walk past the ruins of the Al-Tawfeeq mosque after it was hit by an Israeli missile strike in the Nuseirat refugee camp, central Gaza Strip, Saturday, July 12, 2014. (AP Photo/Hatem Moussa)

Operation Protective Edge entered its sixth day Sunday, with no end in sight. Hamas fired rockets throughout Saturday, hitting southern and central Israel, with a major barrage on the Tel Aviv area in late evening. An American tourist died of a heart attack after sirens wailed in Jerusalem, a day after a Haifa woman died in similar circumstances. Palestinian reports say at least 150 Palestinians have been killed in Israeli airstrikes, including more than 15 in a strike late Saturday aimed at Hamas’s Gaza police chief. Source

Numeri 11

Het vuur des HEEREN.

Num 11:1 En a) het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, b) en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.

a) Deu 9:22 Ook vertoorndet gij den HEERE zeer te Thab-era en te Massa, en te Kibroth-thaava.

b) Psa 78:21 Daarom hoorde de HEERE, en werd verbolgen; en een vuur werd ontstoken tegen Jakob, en toorn ging ook op tegen Israel;

Num 11:2 Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt.
Num 11:3 Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had.

Ontevredenheid over het manna.

Num 11:4 En het c) gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: d) Wie zal ons vlees te eten geven?

c) Exo 12:38 En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
Psa 106:14 Maar zij werden belust met lust in de woestijn, en zij verzochten God in de wildernis.
1Co 10:6 En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben.

d) Exo 16:3 En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.

Num 11:5 Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
Num 11:6 Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
Num 11:7 e) Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.

e) Exo 16:14 Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde.
Exo 16:31 En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.
Psa 78:24 En regende op hen het Man om te eten, en gaf hun hemels koren.
Joh 6:31 Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.
Joh 6:49 Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.

Num 11:8 Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
Num 11:9 En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
Num 11:10 Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
Num 11:11 En Mozes zeide tot de HEERE: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?
Num 11:12 Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
Num 11:13 Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
Num 11:14 Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!
Num 11:15 En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!

Mozes krijgt hulp.

Num 11:16 En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
Num 11:17 Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.
Num 11:18 En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des HEEREN geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de HEERE u vlees geven, en gij zult eten.
Num 11:19 Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;
Num 11:20 Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: f) Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?

f) Num 21:5 En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.

Num 11:21 En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
Num 11:22 g) Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?

g) Joh 6:7 Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor dezen niet genoeg, opdat een iegelijk van hen een weinig neme.

Num 11:23 Doch de HEERE zeide tot Mozes: h) Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.

h) Isa 50:2 Waarom kwam Ik, en er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde? Is Mijn hand dus gans kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Ziet, door Mijn schelding maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.
Isa 59:1 Ziet, de hand des HEEREN is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen; en Zijn oor is niet zwaar geworden, dat het niet zou kunnen horen.

Num 11:24 En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.
Num 11:25 Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.

Eldad en Medad.

Num 11:26 Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.
Num 11:27 Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.
Num 11:28 En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
Num 11:29 Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!
Num 11:30 Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israel.

Kwakkels.

Num 11:31 Toen i) voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize herwaarts, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.

i) Exo 16:13 En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.
Psa 78:26 Hij dreef den oostenwind voort in den hemel, en voerde den zuidenwind aan door Zijn sterkte;

Num 11:32 Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
Num 11:33 k) Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.

k) Psa 78:30 Zij waren nog niet vervreemd van hun lust; hun spijs was nog in hun mond,
Psa 78:31 Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israel nedervelde.

Num 11:34 Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.
Num 11:35 Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.

Iran’s top diplomaat Mohammad Javad Zarif lult uit z’n nek

Zarif’s comments, in a television interview due to be broadcast Sunday, when Iran engages in talks with the five permanent members of the United Nations Security Council plus Germany aimed at a grand bargain reducing in scope the Islamic republic’s nuclear activities in return for sanctions relief.

“I will commit to everything and anything that would provide credible assurances for the international community that Iran is not seeking nuclear weapons, because we are not,” Zarif told NBC’s “Meet the Press” from Vienna, where the talks are taking place.

“We don’t see any benefit in Iran developing a nuclear weapon.” Source

Om energie op te wekken is die zwarte prut die ter plekke uit de aarde wordt gepompt veel goedkoper dan die nucleaire shit!

4 IDF Commandos wounded in Gaza op, rocket fire continues

Shayetet 13 team hits site of long-range rocket launches, confronts fire from Hamas militants; bout of rocket fire reaches central Israel.

Military tensions between Israel and Hamas in Gaza continued to climb overnight between Saturday and Sunday with a new first for the IDF’s Operation Brother Keeper: Four Shayetet 13 commandos were lightly wounded after their team became the first foot soldiers (as far as is known) to enter the Gaza Strip in recent escalations.

Read more

Numeri 10

De zilveren trompetten

Num 10:1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Num 10:2 Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
Num 10:3 Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
Num 10:4 Maar als zij met de ene zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israel.
Num 10:5 Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
Num 10:6 Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten.
Num 10:7 Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.
Num 10:8 En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
Num 10:9 En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
Num 10:10 Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!

Van Sinaï naar de woestijn Paran.

Num 10:11 En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis.
Num 10:12 En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.
Num 10:13 Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
Num 10:14 Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, a) naar hun heiren; b) en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.

a) Num 2:3 Die zich nu legeren zullen oostwaarts tegen den opgang, zal zijn de banier des legers van Juda, naar hun heiren; en Nahesson, de zoon van Amminadab, zal de overste der zonen van Juda zijn.

b) Num 1:7 Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

Num 10:15 En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.
Num 10:16 En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.
Num 10:17 Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
Num 10:18 Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.
Num 10:19 En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
Num 10:20 En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.
Num 10:21 Toen togen op de Kohathieten, dragende c) het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.

c) Num 4:4 Dit zal de dienst zijn der zonen van Kohath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.

Num 10:22 Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.
Num 10:23 En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.
Num 10:24 En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.
Num 10:25 Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.
Num 10:26 En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.
Num 10:27 En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.
Num 10:28 Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.
Num 10:29 Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.
Num 10:30 Doch hij zeide tot hem: Ik zal niet gaan; maar ik zal naar mijn land en naar mijn maagschap gaan.
Num 10:31 En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.
Num 10:32 En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmede de HEERE bij ons weldoen zal, dat wij u ook weldoen zullen.
Num 10:33 Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.
Num 10:34 En de wolk des HEEREN was des daags over hen, als zij uit het leger verreisden.
Num 10:35 Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: d) Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!

d) Ps. 68:2 God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.

Num 10:36 En als zij rustte, zeide hij: Kom weder, HEERE! tot de tien duizenden der duizenden van Israel!

Bennett Shows Hamas-Fired Rocket on US TV

‘Imagine that this was fired on your neighborhood, on your children’s schools – or even your own home,’ Bennett demonstrates.
The international community has been quick to condemn Operation Protective Edge, buying into the Palestinian Authority and Hamas ‘victimization narrative’ despite the hundreds of rockets being fired on Israeli civilians every day.

Jewish Home Chairman Naftali Bennett took to Fox News over the weekend to bring the reality of life in much of Israel this week a little closer to home, providing a glimpse to the American public of what Israelis must deal with on a daily basis.

Bennett brought part of an actual Hamas-fired rocket to the studio as a visual aid.

“This is the tail of a grad rockets, one that was shot by the Hamas terror group in Gaza onto Israeli cities,” he said. “We’ve had hundreds of them.”

“Now, I’d like every one of your viewers to imagine this missile, this rocket - it’s about eight feet long, filled with explosives and shrapnel – and imagine how they’d feel if one of these rockets fell in their neighborhood, in theirchildren’s kindergarten, or school, or gut* forbid on their own home,” he continued.

“That’s what Israel is facing today.” Source

Joe 2:32  And it shall come to pass, that whosoever shall call on the name of the LORD shall be delivered: for in mount Zion and in Jerusalem shall be deliverance, as the LORD hath said, and in the remnant whom the LORD shall call. 

A new kind of ground operation in Gaza

The IDF has learned from bitter experience, but sending troops into the Strip will be neither a picnic nor a walk in the park.

Friday night saw increased military traffic on the roads around Gaza. It was fairly obvious, even to those who just walking around the area, that this was the end or the near end of an amassing of forces for the first stage of a ground operation. The latest units are arriving at well-hidden meeting points and the military police are not letting anyone watch.

This lesson was learned during Operation Pillar of Defense, when troops were crowded in, unprotected in staging areas that visible to all. Then-Defense Minister Ehud Barak and the IDF very much wanted those in Gaza to know that there were many troops and reservists in the field.

Barak was a proponent of the school of “effects-based warfare.” In Lebanon, this was a preferred method of operation, but what during Pillar of Defense the Gazans could, even without binoculars, see the thousands of soldiers scattered around the area and knew to aim mortar shells and rockets at them, causing casualties among the soldiers and reservists.

But now, on Friday night, there is small chance that this scenario will be repeated. The Gazans cannot see the massive troop build-up just waiting for the command to move. It could happen at any minute – and it might not happen at all.

Read more

Hakenkruizen bij anti-Israël demonstratie

ANP

Op het Spuiplein in Den Haag zijn vanmiddag duizenden mensen samengekomen voor een manifestatie tegen het Palestijnenbeleid van Israël. Enkele demonstranten dragen borden met een hakenkruis.

De organisatie roept de betogers vanaf het podium op om die vlaggen weg te halen. “Anders mogen we niet verder demonstreren.”

PVV-leider Geert Wilders vindt het ‘ongelooflijk’ dat de politie en burgemeester van de stad dit tot nu toe toestaan. “Is Nederland gek geworden?”, liet Wilders weten. Hij vindt dat de demonstratie moet worden verboden en dat “het tuig met die jihadvlaggen en vlaggen met hakenkruis” moet worden gearresteerd.

Lees verder

 

WordPress theme: Kippis 1.15