Numeri 9

Het pascha in de woestijn Sinaï.

Num 9:1 En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
Num 9:2 Dat de kinderen Israels het a) pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.

a) Exo 12:1 De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:
Exo 12:2 Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
Exo 12:3 Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
Exo 12:4 Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
Exo 12:5 Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
Exo 12:6 En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
Exo 12:7 En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
Exo 12:8 En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
Exo 12:9 Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
Exo 12:10 Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
Exo 12:11 Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
Exo 12:12 Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan al de goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
Lev 23:5 In de eerste maand, op den veertienden der maand, tussen twee avonden is des HEEREN pascha.
Num 28:16 En in de eerste maand, op den veertienden dag der maand, is het pascha den HEERE.
Deu 16:2 Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.

Num 9:3 Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.
Num 9:4 Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden.
Num 9:5 En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.
Num 9:6 Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.
Num 9:7 En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
Num 9:8 En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
Num 9:9 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Num 9:10 Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.
Num 9:11 In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.
Num 9:12 Zij b) zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.

b) Exo 12:46 In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
Joh 19:33 Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet.
Joh 19:36 Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden.

Num 9:13 Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
Num 9:14 En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; c) het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.

c) Exo 12:49 Enerlei wet zij voor den ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.

De wolk- en de vuurkolom

.Num 9:15 En d) op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.

d) Exo 40:34 Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel.

Num 9:16 Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
Num 9:17 Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels.
Num 9:18 Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; e) al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.

e) 1Co 10:1 En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn;

Num 9:19 En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.
Num 9:20 Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
Num 9:21 Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.
Num 9:22 Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, f) zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.

f) Exo 40:36 Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israels voort in al hun reizen.
Exo 40:37 Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd.

Num 9:23 Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.

Gaza Conflict Day 3: Israel Calls on Palestinians to Evacuate Border

1. Times of Israel: The Palestinian Authority took the first steps to formal membership in the International Criminal Court in The Hague. Abbas did this while denouncing Israel’s military operations as “genocide.” Former ambassador Michael Oren explains why he’s worried:

Abbas’s actions, including his threats to seek ICC membership so that he could prosecute Israel though the international legal body, were part of a strategy that Oren warned was not designed “to get a better two-state solution.”

2. The UN Security Council will discuss the crisis today. According to Haaretz, Israeli and US diplomats are trying to head off a condemnation of IDF airstrikes.

3. A prelude to a ground operation, or psychological ploy? IDF calls on Palestinians living along Gaza border to evacuate their homes.

4. A Palestinian Sob Story in the New York Times: Rula Salemeh’s fears project a false reality where Palestinians are simply helpless actors in a wider narrative.

5. Daily Mail Omits Hamas Man’s Terror Affiliation: Mustafa Malaka is not only a “Palestinian father,” he’s a Hamas security officer.

• Operation Protective Edge moved to day three. The Jerusalem PostTimes of IsraelHaaretz, and i24 News continued their live-blogging. Among the more notable developments:

• Hamas targeted Dimona‘s nuclear reactor. All the rockets were either shot down by Iron Dome or landed in open areas without causing damage.

• A terror attack was foiled when police at a checkpoint intercepted a car carrying a bomb. Details at YNet.

Mickey Rosenfeld

• In the last Gaza conflict, the issue of Israeli attacks on the press became contentiouswhen “journalists” working for Hamas and Islamic Jihad media were killed in airstrikes. The controversy arose again with an airstrike on a car marked TV, which killed Hamdid Shihab, a driver employed by Media 24, a South African media production company. Other journalists in the car were injured in the attack. The IDF is looking into what happened.

• Egypt’s silence over Gaza has Hamas nervous, according to the New York Times andJerusalem Post.

• Fatah joins Hamas and Islamic Jihad in missile launches

•  The US embassy in Tel Aviv is closed due to the rocket fire.

• Hamas leaders are believed to be hunkering down somewhere underneath Gaza’s Shifa Hospital. Aaron Klein explains:

The officials said they believe the Hamas members are using the Al-Shifa Hospital complex in Gaza not only as a hiding place but also as a sanctuary command center for some of the Islamist group’s operations targeting Israel.

This was widely known in the previous Gaza conflict — my daughter debunked Hamas two years ago. Meanwhile, the Times of Israel reports that a number of Gazans are being treated at Haifa’s Rambam Hospital, and “more Gazans are scheduled to arrive later this week.”

• A look at the legality of striking homes that are also military targets.

Source

Numeri 8

Het aansteken der lampen.

Num 8:1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 8:2 Spreek tot Aaron, en zeg tot hem: Als gij de lampen aansteken zult, a) recht tegenover den kandelaar zullen de zeven lampen lichten.

a) Exo 25:37 Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.

Num 8:3 En Aaron deed alzo: tegenover vooraan den kandelaar stak hij deszelfs lampen aan; gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
Num 8:4 Dit werk nu des kandelaars was van b) dicht goud, tot zijn schacht, tot zijn bloemen was het dicht; naar de gedaante, die de HEERE Mozes vertoond had, alzo had hij den kandelaar gemaakt.

b) Exo 25:31 Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.

De reiniging der Levieten.

Num 8:5 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 8:6 Neem de Levieten uit het midden van de kinderen Israels, en reinig hen.
Num 8:7 En aldus zult gij hun doen, om hen te reinigen: spreng op hen water der ontzondiging; en zij zullen het scheermes over hun ganse vlees doen gaan, en zij zullen hun klederen wassen, en zich reinigen.
Num 8:8 Daarna zullen zij nemen een var, een jong rund, met zijn spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd; en een anderen var, een jong rund, zult gij nemen ten zondoffer.
Num 8:9 En gij zult de Levieten voor de tent der samenkomst doen naderen; en gij zult de gehele vergadering der kinderen Israels doen verzamelen.
Num 8:10 Ja, gij zult de Levieten voor het aangezicht des HEEREN doen naderen; en de kinderen Israels zullen hun handen op de Levieten leggen.
Num 8:11 En Aaron zal de Levieten bewegen ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, vanwege de kinderen Israels; opdat zij zijn, om den dienst des HEEREN te bedienen.
Num 8:12 En de Levieten zullen hun handen op het hoofd der varren leggen; daarna bereidt gij een ten zondoffer, en een ten brandoffer den HEERE, om over de Levieten verzoening te doen.
Num 8:13 En gij zult de Levieten stellen voor het aangezicht van Aaron, en voor het aangezicht van zijn zonen, en gij zult hen bewegen ten beweegoffer den HEERE.
Num 8:14 En gij zult de Levieten uit het midden van de kinderen Israels uitscheiden, opdat de Levieten c) Mijn zijn.

c) Num 3:45 Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

Num 8:15 En daarna zullen de Levieten inkomen, om de tent der samenkomst te bedienen; en gij zult hen reinigen, en zult hen ten beweegoffer bewegen.
Num 8:16 Want zij zijn gegeven, zij zijn Mij gegeven uit het midden van de kinderen Israels; voor de opening van alle baarmoeder, voor de eerstgeborenen van een ieder uit de kinderen Israels, heb Ik ze Mij genomen.
Num 8:17 Want d) alle eerstgeborene onder de kinderen Israels is Mijn, onder de mensen en onder de beesten; ten dage dat Ik alle eerstgeboorte in Egypteland sloeg, heb Ik dezelve Mij geheiligd.

d) Exo 13:2 Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.
Exo 22:29 Uw volheid en uw tranen zult gij niet uitstellen; den eerstgeborene uwer zonen zult gij Mij geven.
Exo 34:19 Al wat de baarmoeder opent, is Mijn; ja, al uw vee, dat mannelijk zal geboren worden, openende de baarmoeder van het grote en kleine vee.
Lev 27:26 Maar het eerstgeborene, dat den HEERE van een beest eerstgeboren wordt, dat zal niemand heiligen; hetzij een os, of klein vee, het is des HEEREN.
Num 3:13 Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
Luk 2:23 (Gelijk geschreven is in de wet des Heeren: Al wat mannelijk is, dat de moeder opent, zal den Heere heilig genaamd worden.)

Num 8:18 e) En Ik heb de Levieten genomen voor alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.

e) Num 3:12 En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.

Num 8:19 En Ik heb de Levieten aan Aaron en aan zijn zonen tot een gift gegeven, uit het midden van de kinderen Israels, om den dienst van de kinderen Israels in de tent der samenkomst te bedienen, en om voor de kinderen Israels verzoening te doen, dat er geen plage zij onder de kinderen Israels, als de kinderen Israels tot het heiligdom naderen zouden.
Num 8:20 En Mozes deed, en Aaron, en de ganse vergadering der kinderen Israels, aan de Levieten, naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had van de Levieten, zo deden de kinderen Israels aan hen.
Num 8:21 En de Levieten ontzondigden zich, en wiesen hun klederen, en Aaron bewoog hen ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; en Aaron deed verzoening over hen, om hen te reinigen.
Num 8:22 En daarna kwamen de Levieten, om hun dienst te bedienen in de tent der samenkomst, voor het aangezicht van Aaron, en voor het aangezicht zijner zonen; gelijk als de HEERE Mozes van de Levieten geboden had, alzo deden zij aan hen.
Num 8:23 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 8:24 Dit is het, wat de Levieten aangaat: van vijf en twintig jaren oud en daarboven, zullen zij inkomen, om den strijd te strijden, in den dienst van de tent der samenkomst.
Num 8:25 Maar van dat hij vijftig jaren oud is, zal hij van den strijd van dezen dienst afgaan, en hij zal niet meer dienen.
Num 8:26 Doch hij zal met zijn broederen dienen in de tent der samenkomst, om de wacht waar te nemen; maar den dienst zal hij niet bedienen. Alzo zult gij aan de Levieten doen in hun wachten.

LIVE UPDATES: Gaza death toll rises to 100; Netanyahu says world pressure won’t stop Israeli strikes

Gaza death toll rises to 100; rocket barrage fired toward Ashdod and Ashkelon in southern Israel; two soldiers wounded by anti-tank missile near border.

July 11, 2014. Eliyahu Hershkovitz

Israel’s Operation Protective Edge entered its fourth day on Friday as Hamas continued to fire rockets into Israel and the Palestinian death toll caused by Israeli airstikes in Gaza reached 100.

Read more

Live updates:

8:07 P.M. Iron Dome intercepts two rockets above Ashdod. (Shirly Seidler)

7:56 P.M. Rocket alerts sound across Ashdod, Ashkelon, and Gaza border regions. (Haaretz)

7:30 P.M. Rocket barrage hits southern Israel – sirens sound in Be’er Sheva, Ashkelon, and communities near Gaza border.

7:18 P.M. Death toll in Gaza rises to  100 as IDF strikes kill 70-year-old and 10-year-old, Gaza’s Health Ministry says. (Jack Khoury)

6:51 P.M. Two IDF soldiers lightly injured by anti-tank missile near Gaza border. IDF jeep damaged. (Gili Cohen)

6:33 P.M. Iron Dome intercepts rocket above Rishon Letzion, part of greater Tel Aviv area. Another rocket lands in open area.

6:18 P.M. Netanyahu at a press conference in the Defense Ministry’s Kirya compound in Tel Aviv: “We have struck over 1,000 targets in Gaza that belong to Hamas and Islamic Jihad,” he said. “The leaders of Hamas are hiding behind the citizens of Gaza, and they are responsible for all casualties.”

Netanyahu said that Israel’s strikes in Gaza will continue until quiet is restored to the citizens of Israel. “No international pressure will prevent Israel from continuing its operation in Gaza,” he added. (Barak Ravid)

6:08 P.M. One of the Israeli soldiers wounded on Thursday by mortar shrapnel remains in serious condition, says director of Soroka Medical Center’s emergency unit. “The patient is suffering severe injuries to several different parts of his body, and has been operated on a number of times. His condition is now stable.”

Numeri 7

De offeranden der oversten

Num 7:1 En het geschiedde ten dage, als Mozes geeindigd had a) den tabernakel op te richten, en dat hij dien gezalfd, en dien geheiligd had, en al zijn gereedschap, mitsgaders het altaar en al zijn gereedschap, en hij ze gezalfd, en dezelve geheiligd had;

a) Exo 40:18 Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.

Num 7:2 Dat de oversten van Israel, de hoofden van het huis hunner vaderen, offerden; deze waren de oversten der stammen, die over de getelden stonden.
Num 7:3 En zij brachten hun offerande voor het aangezicht des HEEREN, zes overdekte wagens, en twaalf runderen; een wagen voor twee oversten, en een os voor elk een; en brachten ze voor den tabernakel.
Num 7:4 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 7:5 Neem ze van hen, opdat zij zijn mogen om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst; en gij zult dezelve den Levieten geven, een ieder naar zijn dienst.
Num 7:6 Alzo nam Mozes die wagens, en die runderen, en gaf dezelve den Levieten.
Num 7:7 Twee wagens en vier runderen gaf hij den zonen van Gerson, naar hun dienst;
Num 7:8 En vier wagens en acht runderen gaf hij den zonen van Merari, naar hun dienst; onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
Num 7:9 Maar de zonen van Kohath gaf hij niet; want de dienst der heilige dingen was op hen, die zij op de schouderen droegen.
Num 7:10 En de oversten offerden ter inwijding des altaars, op den dag als hetzelve gezalfd werd; de oversten dan offerden hun offeranden voor het altaar.
Num 7:11 En de HEERE zeide tot Mozes: Elke overste zal (een iegelijk op zijn dag) zijn offerande offeren, ter inwijding des altaars.
Num 7:12 Die nu op den eersten dag zijn offerande offerde, was Nahesson, de zoon van Amminadab, voor den stam van Juda.
Num 7:13 En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:14 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:15 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:16 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:17 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nahesson, den zoon van Amminadab.
Num 7:18 Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.
Num 7:19 Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:20 En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:21 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:22 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:23 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.
Num 7:24 Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.
Num 7:25 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:26 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:27 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:28 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:29 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eliab, den zoon van Helon.
Num 7:30 Op den vierden dag offerde de overste der kinderen van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.
Num 7:31 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:32 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:33 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:34 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:35 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elizur, den zoon van Sedeur.
Num 7:36 Op den vijfden dag offerde de overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
Num 7:37 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:38 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:39 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:40 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:41 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai.
Num 7:42 Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.
Num 7:43 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; beide vol meelbloem gemengd met olie, ten spijsoffer;
Num 7:44 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:45 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:46 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:47 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel.
Num 7:48 Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud.
Num 7:49 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:50 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:51 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:52 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:53 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud.
Num 7:54 Op den achtsten dag offerde de overste der kinderen van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.
Num 7:55 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:56 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:57 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:58 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:59 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Gamaliel, den zoon van Pedazur.
Num 7:60 Op den negenden dag offerde de overste der kinderen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.
Num 7:61 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:62 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:63 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:64 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:65 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Abidan, den zoon van Gideoni.
Num 7:66 Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.
Num 7:67 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:68 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:69 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:70 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:71 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahiezer, den zoon van Ammisaddai.
Num 7:72 Op den elfden dag offerde de overste der kinderen van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.
Num 7:73 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:74 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:75 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:76 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:77 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Pagiel, den zoon van Ochran.
Num 7:78 Op den twaalfden dag offerde de overste der kinderen van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.
Num 7:79 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
Num 7:80 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Num 7:81 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
Num 7:82 Een geitenbok, ten zondoffer;
Num 7:83 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahira, den zoon van Enan.
Num 7:84 Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israel, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen.
Num 7:85 Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
Num 7:86 Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.
Num 7:87 Al de runderen ten brandoffer waren twaalf varren, twaalf rammen, twaalf eenjarige lammeren, met hun spijsoffer; en twaalf geitenbokken ten zondoffer.
Num 7:88 En al de runderen ten dankoffer waren vier en twintig varren, de rammen zestig, de bokken zestig, de eenjarige lammeren zestig. Dit is de inwijding des altaars, nadat hetzelve gezalfd was.
Num 7:89 En als Mozes in de tent der samenkomst ging, om met Hem te spreken, zo hoorde hij een stem tot hem sprekende, van boven het verzoendeksel, hetwelk is op de ark der getuigenis, van tussen de twee cherubim. Alzo sprak Hij tot hem.

Palestinians ‘give our foreign aid money to convicted terrorists’: Cash ‘is given to inmates in Israeli prisons’

  • Taxpayers’ cash used to pay £80million a year to Palestinian Authority
  • Authority, in turn, spends money on convicted terrorists in Israeli jails
  • Israeli groups says longest serving inmates receive £2,075 per month
  • Further payments of tens of thousands can be made following release
  • It is claimed up to 5,000 convicts may be receiving salaries and bonuses

British aid money given to the Palestinian Authority allows it to make payments to convicted terrorists, it was claimed last night.
Taxpayers’ money has been used by the Department for International Development (DfID) to pay out around £80million a year to the Palestinian Authority.
The authority, in turn, spends money on convicted terrorists locked up in Israeli prisons.

An Israeli group claims the longest serving prisoners receive around £2,075 a month, plus bonuses for their wives and children.
Further payments of tens of thousands of pounds can be made when Palestinian prisoners are released from jail.

It is claimed up to 5,000 convicts could be in receipt of salaries and bonuses.
The suggestion is not that British aid money is directly going to terrorists’ pockets, but that it supports the Palestinian Authority more generally.

Read more

Voorlopig maar even niet naar Israël

GAZA – Islamist Hamas’s armed wing has warned airlines that it intends to target Israel’s Ben Gurion International Airport with its rockets from Gaza and has told them not to fly there, a statement by the group said on Friday. Bron

Vliegen duurt pakweg 7 uur en is dus geen optie.. hoe lang duurt het met de boot?

Numeri 6

De gelofte der nazireeërschap

Num 6:1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 6:2 Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer een man of een vrouw zich afgescheiden zal hebben, belovende de gelofte eens Nazireers, om zich den HEERE af te zonderen;
Num 6:3 Van wijn en sterken drank zal hij zich afzonderen; wijnedik, en edik van sterken drank zal hij niet drinken, noch enige vochtigheid van druiven zal hij drinken, noch verse of gedroogde druiven eten.
Num 6:4 Al de dagen van zijn Nazireerschap zal hij niet eten van iets, dat van den wijnstok des wijns gemaakt is, van de kernen af tot de basten toe.
Num 6:5 Al de dagen der gelofte van zijn Nazireerschap zal het a) scheermes over zijn hoofd niet gaan; totdat die dagen vervuld zullen zijn, die hij zich den HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij heilig zijn, latende de lokken van het haar zijns hoofds wassen.

a) Rch 13:5 Want zie, gij zult zwanger worden, en een zoon baren, op wiens hoofd geen scheermes zal komen; want dat knechtje zal een Nazireer Gods zijn, van moeders buik af; en hij zal beginnen Israel te verlossen uit der Filistijnen hand.
1Sa 1:11 En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.

Num 6:6 Al de dagen, die hij zich den HEERE zal afgezonderd hebben, zal hij tot het lichaam eens doden niet gaan.
Num 6:7 Om zijn vader of om zijn moeder, om zijn broeder of om zijn zuster, om hen zal hij zich niet verontreinigen, als zij dood zijn; want het Nazireerschap zijns Gods is op zijn hoofd.
Num 6:8 Al de dagen van zijn Nazireerschap is hij den HEERE heilig.
Num 6:9 En zo de gestorvene bij hem onvoorziens haastelijk gestorven ware, dat hij het hoofd van zijn Nazireerschap zou verontreinigd hebben, zo zal hij op den dag zijner reiniging zijn hoofd bescheren; op den zevenden dag zal hij het bescheren.
Num 6:10 En op den achtsten dag zal hij twee tortelduiven, of twee jonge duiven brengen tot den priester, tot de deur van de tent der samenkomst.
Num 6:11 De priester nu zal een bereiden ten zondoffer, en een ten brandoffer, en zal voor hem verzoening doen, van dat hij aan het dode lichaam gezondigd heeft; alzo zal hij zijn hoofd op dienzelfden dag heiligen.
Num 6:12 Daarna zal hij de dagen van zijn Nazireerschap den HEERE afzonderen, en zal een lam, dat eenjarig is, brengen ten schuldoffer; en de vorige dagen zullen vallen, omdat zijn Nazireerschap verontreinigd was.
Num 6:13 En dit is de wet des Nazireers: op den dag, als de dagen van zijn Nazireerschap zullen vervuld zijn, zal hij dit brengen tot de deur van de tent der samenkomst.
Num 6:14 Hij dan zal tot zijn offerande den HEERE offeren een volkomen eenjarig lam ten brandoffer, en een volkomen eenjarig ooilam ten zondoffer, en een volkomen ram ten dankoffer.
Num 6:15 En een korf ongezuurde koeken, koeken van meelbloem, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken, mitsgaders hun spijsoffer, en hun drankofferen;
Num 6:16 En de priester zal het voor het aangezicht des HEEREN brengen, en zal zijn zondoffer en zijn brandoffer bereiden.
Num 6:17 Hij zal ook den ram ten dankoffer den HEERE bereiden, met den korf der ongezuurde koeken; en de priester zal zijn spijsoffer en zijn drankoffer bereiden.
Num 6:18 Alsdan zal de Nazireer, aan de deur van de tent der samenkomst, b) het hoofd van zijn Nazireerschap bescheren; en hij zal het hoofdhaar van zijn Nazireerschap nemen, en hij zal het leggen op het vuur, dat onder het dankoffer is.

b) Act 21:24 Neem dezen tot u, en heilig u met hen, en doe de onkosten nevens hen, opdat zij het hoofd bescheren mogen; en alle mogen weten, dat er niets is aan hetgeen, waarvan zij, aangaande u, bericht zijn; maar dat gij alzo wandelt, dat gij ook zelve de wet onderhoudt.

Num 6:19 Daarna zal de priester een gezoden schouder nemen van den ram, en een ongezuurden koek uit den korf, en een ongezuurde vlade; en hij zal ze op de handen des Nazireers leggen, nadat hij zijn Nazireerschap afgeschoren heeft.
Num 6:20 En de priester zal die c) bewegen ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN; het is een heilig ding voor den priester, met de borst des beweegoffers, en met den schouder des hefoffers; en daarna zal die Nazireer wijn drinken.

c) Exo 29:27 En gij zult de borst des beweegoffers heiligen, en den schouder des hefoffers, die bewogen, en die opgeheven zal zijn van den ram des vuloffers, van hetgeen dat Aarons, en van hetgeen dat zijner zonen is.

Num 6:21 Dit is de wet des Nazireers, die zijn offerande den HEERE voor zijn Nazireerschap zal beloofd hebben, behalve wat zijn hand bekomen zal; naar zijn gelofte, welke hij beloofd zal hebben, alzo zal hij doen, naar de wet van zijn Nazireerschap.

De priesterlijke zegen

Num 6:22 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 6:23 Spreek tot Aaron en zijn zonen, zeggende: Alzo zult gijlieden de kinderen Israels zegenen, zeggende tot hen:
Num 6:24 De HEERE zegene u, en behoede u!
Num 6:25 De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig!
Num 6:26 De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!
Num 6:27 Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israels leggen; en Ik zal hen zegenen.

Of missiles and chocolate – a tale of weight gain and war

In a shelter in Beersheva, one Israeli resident finds that the first thing to go when Hamas missiles start to fall nearby, is your diet.

There are those who would say “the first casualty of war is truth,” and there are even those who would say that what Israel is currently undergoing is not a war.

Whatever the case, I am here in Beersheva – on the “almost” frontlines of the conflict with Hamas – to tell you the first thing to go when missiles start to fall nearby, is your diet.

It could be the chemical high of the carbohydrates, or maybe the immediate kick of the sugar. It might even be the emotional pleasure of indulging in the chocolate in a guilt-free environment. I am no scientist, but my first-hand study has shown that when sirens are screaming, particularly if it is the second or third alarm in less than an hour, there is nothing more calming than a bite of fudge-filled chocolate cookie. Particularly when shared with the random gathering of strangers in the nearest bomb shelter.

Maybe it is different for people who are alone with the families in their residential “safe room,” but since I have spent most of the last week at my office at Ben-Gurion University of the Negev, in the heart of Beersheva, I have had an opportunity to research the dynamics of public shelters. All the more so as my office is on the ground floor, so each new alarm brings in a different collection of random passersby.

For even the toughest among us (and I am pretty tough), find it hard to maintain the stoic façade when faced with the group dynamics of panic and fear. Be it the child crying loudly in the arms of his panting father who has just done the 100 yard dash to the safe room, or the woman hunched in the corner with tears streaming down her face because she “heard the boom,” I have found myself passing out chocolate and cookies, jokes and silly stories. Anything to distract us all from the brutal reality that someone really is trying to kill us. And not just the immediate “us,” but the hundreds of thousands of residents in the cities of Beersheva, Ashkelon and Ashdod, and towns like Sderot, Gedera and everyone else in between.

Read more

The Iron Dome over our consciences

Restraint? I’d like to see how Israelis would react if just once an F-16 squadron swooped down on a residential neighborhood and dropped a ton of smart bombs on it.

An Iron Dome air defense system fires to intercept a rocket from Gaza Strip in Ashkelon, July 5, 2014. Photo by AP

My friend Eldad Yaniv happened to be in his apartment building’s stairwell yesterday when the siren went off. “Where in the world is there another place where they shoot at civilians?” one of the angry neighbors complained. In Gaza, Eldad replied. The neighbors responded: “Gaza? I wish 10 children would die there every day,” “They’re all born animals there, anyway,” and “To hell with the state of Tel Aviv.”

Read more

Numeri 5

Wegzending van de onreinen

Num 5:1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 5:2 Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger a) wegzenden alle melaatsen, en alle b) vloeienden, en allen, die onrein zijn van c) een dode.

a) Lev 13:3 En de priester zal de plaag in het vel des vleses bezien; zo het haar in die plaag in wit veranderd is, en het aanzien der plaag dieper is dan het vel zijns vleses, het is de plaag der melaatsheid; als de priester hem bezien zal hebben, dan zal hij hem onrein verklaren.
Lev 13:46 Al de dagen, in welke deze plaag aan hem zal zijn, zal hij onrein zijn; onrein is hij, hij zal alleen wonen; buiten het leger zal zijn woning wezen.

b) Lev 15:2 Spreekt tot de kinderen Israels, en zegt tot hen: Een ieder man, als hij vloeiende zal zijn uit zijn vlees, zal om zijn vloed onrein zijn.

c) Lev 21:1 Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Spreek tot de priesters, de zonen van Aaron, en zeg tot hen: Over een dode zal een priester zich niet verontreinigen onder zijn volken.

Num 5:3 Van den man tot de vrouw toe zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.
Num 5:4 En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.

Wetten over de ontvreemding

Num 5:5 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Num 5:6 d) Spreek tot de kinderen Israels: Wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.

d) Lev 6:1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Lev 6:3 Of dat hij het verlorene gevonden, en daarover gelogen, en met valsheid gezworen zal hebben; over iets van alles, dat de mens doet, daarin zondigende.

Num 5:7 En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, e) naar de hoofdsom daarvan, en derzelfder vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.

e) Lev 6:5 Of van al, waarover hij valselijk gezworen heeft, dat hij hetzelve in zijn hoofdsom wedergeve, en nog het vijfde deel daarenboven toedoen zal; wiens dat is, dien zal hij dat geven op den dag zijner schuld.

Num 5:8 Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.
Num 5:9 Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.
Num 5:10 f) En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.

f) Lev 10:12 En Mozes sprak tot Aaron, en tot Eleazar, en tot Ithamar, zijn overgebleven zonen: Neemt het spijsoffer, dat van de vuurofferen des HEEREN overgebleven is, en eet hetzelve ongezuurd bij het altaar; want het is een heiligheid der heiligheden.

De wet op de ijverzucht

Num 5:11 Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Num 5:12 Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;
Num 5:13 Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;
Num 5:14 En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;
Num 5:15 Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.
Num 5:16 En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.
Num 5:17 En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.
Num 5:18 Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.
Num 5:19 En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!
Num 5:20 Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
Num 5:21 (Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;
Num 5:22 Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!
Num 5:23 Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.
Num 5:24 En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.
Num 5:25 En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.
Num 5:26 De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.
Num 5:27 Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
Num 5:28 Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.
Num 5:29 Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;
Num 5:30 Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.
Num 5:31 En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.

Implementing the master plan for East Jerusalem

Israel’s undeclared goal is to expel the residents of East Jerusalem from the city, or at least to limit their number and weaken them as a national community.

The Shoafat neighborhood of East Jerusalem. Every East Jerusalem resident lives in fear that his permanent residence status will be revoked and he will be expelled. Photo by Olivier Fitoussi

There is a direct connection between the murder of Mohammed Abu Khdeir on the one hand, and the Jerusalem municipality, Interior Ministry, Jerusalem police and High Court of Justice on the other. Since the occupation and annexation of East Jerusalem, these official bodies have initiated, implemented and approved deliberately discriminatory policies against its Palestinian residents. Their message is clearly heard by the inciters and has been internalized by the murderers.

A long, long time ago, in other words two or three days ago, before the new war with Gaza began, the murder of Abu Khdeir by Jews aroused condemnation and shock, including from the right-wing establishment: ministers, MKs and settlement rabbis. They managed to present it as a single, isolated incident, unrelated to anything. Although the impression is spoiled by the Facebook storm troopers who praise the murder, and the anonymous individuals who destroyed the monument built by Israelis in the Jerusalem Forest, where the boy’s body was found, what’s important is that people abroad know that Economy Minister Naftali Bennett and Prime Minister Benjamin Netanyahu condemn the act. They are even considering declaring Abu Khdeir a terror victim.

Read more

Numeri 4

Kahathieten dragen de heilige vaten.

Num 4:1 En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
Num 4:2 Neemt op de som der zonen van Kohath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.
Num 4:3 Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.
Num 4:4 Dit zal de dienst zijn der zonen van Kohath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
Num 4:5 In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken.
Num 4:6 En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
Num 4:7 Zij zullen ook a) op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.

a) Exo 25:30 En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.

Num 4:8 Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
Num 4:9 Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken b) den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn c) blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen.

b) Exo 25:31 Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.

c) Exo 25:38 Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn.

Num 4:10 Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
Num 4:11 En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.
Num 4:12 Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.
Num 4:13 En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden.
Num 4:14 En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen.
Num 4:15 Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kohath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kohath, in de tent der samenkomst.
Num 4:16 Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het d) reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de e) zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap.

d) Exo 30:34 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.
Exo 30:35 En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.

e) Exo 30:23 Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;
Exo 30:24 Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkel des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;
Exo 30:25 En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.

Num 4:17 En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
Num 4:18 Gij zult den stam van de geslachten der Kohathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten;
Num 4:19 Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.
Num 4:20 Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven.

Gersonieten dragen de kleden.

Num 4:21 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 4:22 Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.
Num 4:23 Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst.
Num 4:24 Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last.
Num 4:25 Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst,
Num 4:26 En de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs, hetwelk is bij den tabernakel en bij het altaar rondom; en hun zelen, en al het gereedschap van hun dienst, mitsgaders al wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen.
Num 4:27 De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen.
Num 4:28 Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.

Merarieten deragen den tabernakel.

Num 4:29 Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.
Num 4:30 Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst.
Num 4:31 Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de f) berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten;

f) Exo 26:15 Gij zult ook tot den tabernakel staande berderen maken, van sittimhout.

Num 4:32 Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.
Num 4:33 Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.

Het getal der Levieten.

Num 4:34 Mozes dan en Aaron, en de oversten der vergadering telden de zonen der Kohathieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen:
Num 4:35 Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
Num 4:36 Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.
Num 4:37 Dit zijn de getelden van de geslachten der Kohathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
Num 4:38 Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;
Num 4:39 Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
Num 4:40 Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.
Num 4:41 Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.
Num 4:42 En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,
Num 4:43 Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
Num 4:44 Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.
Num 4:45 Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
Num 4:46 Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,
Num 4:47 Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen;
Num 4:48 Hun getelden waren acht duizend vijfhonderd en tachtig.
Num 4:49 Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.

Eliminating the Palestinians as a political entity

The government is intent on destroying every political entity in the West Bank and turning the Palestinians into a marginalized, fragmented people.

Israel’s policies in the West Bank are turning the Palestinian people, at best, into a fragmented, marginalized people deprived of their rights. Photo by AFP

In the midst of events, with all the TV commotion enveloping the current crisis, one tends to forget the crux of the matter, the continuous chain linking it to previous steps – the foiling of negotiations with the Palestinians, refusal to release prisoners as agreed upon, incitement against their unity government and the expansion of settlements.

All of these are part of this right-wing government’s plan to destroy any political entity in the occupied territories, turning the Palestinian people, at best, into a fragmented, marginalized people deprived of their rights.

The conflict is costing little Jewish blood but much Arab blood. In any event, in the absence of significant opposition, Israel is intent on inheriting it all – as few Palestinians as possible, with maximal destruction, despair, poverty and real estate.

Read more

Numeri 3

De priesters en de Levieten

Num 3:1 Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.
Num 3:2 En dit zijn de namen der zonen van Aaron: a) de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.

a) Exo 6:22 En Aaron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

Num 3:3 Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.
Num 3:4 b) Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.

b) Lev 10:1 En de zonen van Aaron, Nadab en Abihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en leiden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk hij hen niet geboden had.
Lev 10:2 Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde hen; en zij stierven voor het aangezicht des HEEREN.
Lev 10:3 En Mozes zeide tot Aaron: Dat is het, wat de HEERE gesproken heeft, zeggende: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor het aangezicht van al het volk zal Ik verheerlijkt worden. Doch Aaron zweeg stil.
Lev 10:4 En Mozes riep Misael en Elzafan, de zonen van Uzziel, den oom van Aaron, en zeide tot hen: Treedt toe, draagt uw broederen weg, van voor het heiligdom tot buiten het leger.
Lev 10:5 Toen traden zij toe, en droegen hen, in hun rokken, tot buiten het leger, gelijk als Mozes gesproken had.
Num 26:61 Nadab nu en Abihu waren gestorven, toen zij vreemd vuur brachten voor het aangezicht des HEEREN.
1Kr 24:2 Maar Nadab stierf, en Abihu, voor het aangezicht huns vaders, en zij hadden geen kinderen. En Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt.

Num 3:5 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 3:6 c) Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;

c) Num 16:9 Is het u te weinig, dat de God van Israel u van de vergadering van Israel heeft afgescheiden, om ulieden tot Zich te doen naderen; om den dienst van des HEEREN tabernakel te bedienen, en te staan voor het aangezicht der vergadering, om hen te dienen?
Num 18:2 En ook zult gij uw broederen, den stam van Levi, den stam uws vaders, met u doen naderen, dat zij u bijgevoegd worden, en u dienen; maar gij, en uw zonen met u, zult zijn voor de tent der getuigenis.

Num 3:7 En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;
Num 3:8 En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.
Num 3:9 Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.
Num 3:10 Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
Num 3:11 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 3:12 En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, d) die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.

d) Exo 13:2 Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.

Num 3:13 Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, e) heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

e) Exo 13:2 Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.
Exo 22:9 Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, hetwelk iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wien de goden verwijzen, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven.
Exo 34:19 Al wat de baarmoeder opent, is Mijn; ja, al uw vee, dat mannelijk zal geboren worden, openende de baarmoeder van het grote en kleine vee.
Lev 27:26 Maar het eerstgeborene, dat den HEERE van een beest eerstgeboren wordt, dat zal niemand heiligen; hetzij een os, of klein vee, het is des HEEREN.
Num 8:16 Want zij zijn gegeven, zij zijn Mij gegeven uit het midden van de kinderen Israels; voor de opening van alle baarmoeder, voor de eerstgeborenen van een ieder uit de kinderen Israels, heb Ik ze Mij genomen.
Luk 2:23 (Gelijk geschreven is in de wet des Heeren: Al wat mannelijk is, dat de moeder opent, zal den Heere heilig genaamd worden.)

Num 3:14 En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:
Num 3:15 Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.
Num 3:16 En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk als hem geboden was.
Num 3:17 f) Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

f) Exo 6:15 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.
Exo 6:16 De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.
Exo 6:17 En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.
Num 26:57 Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.
1Kr 6:1 De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.
1Kr 23:6 En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.

Num 3:18 En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.
Num 3:19 En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.
Num 3:20 En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.
Num 3:21 Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.
Num 3:22 Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.
Num 3:23 De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.
Num 3:24 De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.
Num 3:25 En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;
Num 3:26 En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.
Num 3:27 En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kohathieten.
Num 3:28 In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.
Num 3:29 De geslachten der zonen van Kohath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
Num 3:30 De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kohathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.
Num 3:31 Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.
Num 3:32 De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.
Num 3:33 Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.
Num 3:34 En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.
Num 3:35 De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.
Num 3:36 En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
Num 3:37 En de pilaren des voorhofs rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen.
Num 3:38 Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de g) vreemde, die nadert, zal gedood worden.

g) Num 4:10 Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
Num 16:40 Ter nagedachtenis voor de kinderen Israels, opdat niemand vreemds, die niet uit het zaad van Aaron is, nadere om reukwerk aan te steken voor het aangezicht des HEEREN; opdat hij niet worde als Korach, en zijn vergadering, gelijk als hem de HEERE door den dienst van Mozes gesproken had.

Num 3:39 Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.

De Levieten in de plaats der eerstgeborenen.

Num 3:40 En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.
Num 3:41 En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.
Num 3:42 Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.
Num 3:43 En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.
Num 3:44 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Num 3:45 Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
Num 3:46 Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;
Num 3:47 Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; h) die sikkel is twintig gera.

h) Exo 30:13 Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar den sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.
Lev 27:25 Al uw schatting nu zal naar den sikkel des heiligdoms geschieden; de sikkel zal zijn van twintig gera.
Num 18:16 Die nu onder dezelve gelost zullen worden, zult gij van een maand oud lossen, naar uw schatting, voor het geld van vijf sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms, die is twintig gera.
Eze 45:12 En de sikkel zal zijn van twintig gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen en vijftien sikkelen, zal ulieden een pond zijn.

Num 3:48 En gij zult dat geld aan Aaron en zijn zonen geven, het geld der gelosten die onder hen overschieten.
Num 3:49 Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.
Num 3:50 Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
Num 3:51 En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

WordPress theme: Kippis 1.15